BroedplaatsZ is niet 'alleen maar' een plaats waar zorggebruikers hun ervaringen delen. U deelgenoot maken van hun dagelijkse…

Ik zal me even voorstellen.

Sven is de naam, ofja, het pseudoniem waaronder ik dit gastblog schrijf. Ik ben geboren op 4-11-1995 te Tilburg. Mijn schoolcarrière is in het kort gezegd bijzonder: Ik ben na mijn basisschool het vwo gaan doen. Maar door omstandigheden heb ik deze nooit afgemaakt. Ik ben in de 3de klas gestopt en heb toen 2 jaar geen opleiding gevolgd. Vervolgens ben ik op het speciaal onderwijs terecht gekomen waar ik het vmbo-tl afgerond heb.
Hierna ben ik de opleiding sociaal maatschappelijk dienstverlening (mbo) gaan studeren welk ik nog steeds volg. Als ik terug kijk op de beslissingen die ik destijds rondom school gemaakt heb wordt mij een ding duidelijk: ik was verdwaald in het leven. Ik weet pas 2 jaar dat ze een naam hebben voor de verdwaalde mensen vanuit mijn achtergrond, namelijk: KOPP-kinderen. Kinderen van ouders met psychische problematiek.
Ik schrijf dit autobiografische blog met de bedoeling dat de term KOPP-kind ruimer bekend wordt, in de hoop dat mensen het onderwerp meer gaan herkennen, of je nou zelf KOPP-kind of professional bent, of mensen kent die misschien in hetzelfde soort plaatje passen.

Een goed begin
Om je mee te nemen naar de oorsprong van mijn verdwalen zal ik je eerst mee moeten nemen naar mijn jeugd. Ik ben geboren in wat een ‘normaal’ gezin lijkt. Een vader, een moeder en een 2 jaar oudere broer. Maar schijn bedriegt. In dit gezin was er spraken van psychische problematiek. Mijn vader heeft autisme, gecombineerd met een vervelend drankgebruik (met alle gevolgen van dien). Hier heeft mijn vader nooit hulp bij gezocht. En tot op de dag van vandaag gelooft hij dat hij dat ook niet nodig heeft. Hij kan kort gezegd niet goed omgaan met zichzelf of anderen en weigert er iets aan te veranderen. Mijn moeder heeft ten tijde van mijn kindertijd problemen ontwikkeld met haar gewrichten en spieren. Hiervoor heeft ze verschillende diagnoses gekregen die allemaal te zijner tijd onwaar bleken te zijn. Echter zaten er aan die diagnoses ook medicijnen vast die mijn moeder emotioneel veel onbalans brachten. Hierdoor heeft ook zij mij niet altijd kunnen opvoeden zoals dat genoemd wordt.

Het halve werk
En daar sta je dan. Aan het begin van je leven met een vader die zichzelf in zijn eigen wereldje opsluit en woedeaanvallen krijgt wanneer hij teveel gedronken heeft. Een moeder die depressief op bed ligt of een emotionele rollercoaster lijkt en een broer die zich ook geen houding aan weet te nemen en zichzelf opsluit in games. Hierdoor is mijn ontwikkeling ook iets anders gelopen dan dat van de meeste anderen. Ik heb in mijn jeugd vooral veel last gehad van problemen met hechten, mijn eigen emoties, vertrouwen in mensen en mijn zelfbeeld. Op 4 jarige leeftijd ben ik net als ieder 4 à 5-jarige naar de basisschool gegaan. Hier hadden docenten goed door dat er iets niet klopte en stond ik aan het begin van een lange weg aan hulpverleners die ik vanaf dat moment heb ‘versleten’. Maar ja, werkte dat voor mij ook op dat moment? Aan de ene kant had ik in mijn basisschooltijd wel behoefte om over dingen te praten, maar ik vertrouwde niemand genoeg daarvoor. Naarmate de jaren, en de zinloze pogingen van de hulpverleners om mijn vertrouwen te winnen verstreken kwam er een volgend probleem: de puberteit.

Vertrouwen op, of ondanks anderen
Ik zat inmiddels op de middelbare school en mijn moeder was van haar medicijnen af, maar toen gebeurde het ergste voor mij op dat moment: ze wilde zich ineens met mij gaan bemoeien. Maar des te meer zij naar mij toe wilde trekken, des te verder ik haar bij mij vandaan hield. Soms alleen figuurlijk, soms liep ik ook gewoon weg. Ik ging dan naar dat handjevol vrienden die er wel in geslaagd waren om mijn vertrouwen te winnen. Dit waren zogezegd op het schoolplein de ‘alternatieve’: Gothic’s, punks, metalheads en stoners. In ieder geval waren het van die types die niet bang waren om voor hun 16e alcohol te drinken en een jointje te roken. Hierdoor ben ik ook ‘vroeg’ begonnen met dit soort experimenten. Op mijn 13e was het voor mij heel normaal om een paar keer per week onder invloed thuis te komen. Dat was voor mijn gevoelswereld wel fijn, dan hoefde ik even nergens meer aan te denken en kon ik makkelijker in het moment zelf leven.

Zelf sabotage
Wanneer ik in de schoolbanken zat was ik niks meer dan bang, al had ik dat zelf niet echt door. Bang om niet te kunnen voldoen aan de verwachtingen die er aan mij gesteld werden. Hierdoor had ik gedrag ontwikkeld waardoor ik mezelf onkwetsbaar kon voelen, sterker nog, ik had het nodig. In plaats van hard te leren voor de vakken waar ik moeite mee had, leerde ik expres niet. Op deze manier kon ik mezelf ervan overtuigen dat het niet aan mijn kunnen lag, maar aan mijn laksheid. Hiermee had ik dus een veiligheid gecreëerd waar ik op terug kon vallen wanneer vakken inspanning gingen vereisen. Docenten herkenden dit gedrag niet op die manier, waardoor ik al snel als een luie leerling bestempeld werd. Hierdoor versterkte dit gedrag alleen maar, aangezien hetgeen ik zo bang voor was juist gebeurde: ik was niet goed genoeg in hun ogen. Dit gedrag uitte zich niet alleen in de schoolbanken, maar begon langzaam ook mijn hele leven over te nemen. Op het gebied van uiterlijk hield dit kort gezegd in dat ik eigenlijk niet op durfde te groeien. Met als gevolg dat ik eetproblemen had ontwikkeld. Want als ik niet voldeed aan het plaatje van de gespierde, fitte lichtgetinte jongeman kwam dat er toch echt door dat ik maar 1 kleine maaltijd op een dag at, en lag de oplossing voor het oprapen maar koos ik ervoor dit niet te doen. In contact met vrienden was het heel makkelijk om onder invloed te zijn, op die manier was ik niet raar of sociaal-ongemakkelijk, maar kon ik het zien als een momentopname. Hiermee praatte ik mezelf een gevoel van controle aan, terwijl ik eigenlijk niks meer onder controle leek te hebben.

Het keerpunt, achteraf
Maar juist in die schoolbanken, waar ik zo bang was niet goed genoeg te zijn, is een keerpunt geweest in mijn leven. We kregen voor het vak levensbeschouwing een opdracht in het teken van ‘het lijden van de mens’. We moesten nagaan of we in ons leven momenten hebben gekend van lijden, en hierover een opstel schrijven. Voor mij was dat makkelijk, ik ging schrijven over een ruzie met mijn vader, zijn woedeuitbarstingen en dat plekje in je hoofd waar je in kan gaan zitten zodat je niet meer hoeft te ‘lijden’. Nu zou ik dat plekje omschrijven als een lichte dissociatie, maar toen wist ik niet dat dat bestond. Een paar dagen nadat ik het ingeleverd had werd ik in een pauze door hem op zijn kantoor uitgenodigd. Hier heeft hij proberen te praten hierover, al kon ik ook hem niet vertrouwen voor mijn gevoel. Ik leefde tot dat moment in de veronderstelling dat dit bij iedereen gebeurde en ik vond mezelf zwak dat ik er wel last van had wanneer alles uit de hand liep. Maar ondanks het weinige dat ik hierover losliet, heeft hij mij  laten beseffen dat de situatie niet normaal was. Mijn docent legde mij uit dat de meeste klasgenoten hun opstel hadden geschreven over een goudvis die overleden is, of dat ze een ruzie hebben gehad met een schoolvrienden. Hij heeft mij doorverwezen naar de schoolmaatschappelijk werker, welk bijna meteen Bureau Jeugdzorg inschakelde.

 

Mocht jij geprikkeld zijn om meer te weten over mijn leven, en de hulpverlening die ik na het gesprek met mijn docent heb gehad? Lees dan het vervolg van mijn blog. To be continued… __________________________________________________________________________________