BroedplaatsZ is niet 'alleen maar' een plaats waar zorggebruikers hun ervaringen delen. U deelgenoot maken van hun dagelijkse…

In mijn vorige blog heb ik uitgelegd hoe mijn leven zich heeft afgespeeld, en vooral waar ik tegen aan liep met mezelf. In dit blog vertel ik verder over mijn ervaring vanaf het keerpunt in mijn leven.

Op lege beloftes…
Ondertussen begon ook Bureau Jeugdzorg zich met mij te bemoeien. Daar het voor mij iets makkelijker werd om te praten met hulpverleners, na jarenlange ervaring en het handjevol vriendschappen dat ik opgebouwd had, had ik het idee dat er ook echt een keer iets ging gebeuren. Ik kreeg zoals gebruikelijk individuele gesprekken waarbij ik beetje bij beetje meer inzicht gaf in de situatie en in mijn eigen beleveniswereld. Ik heb destijds vele psychologen en diagnoses gekregen. Al die diagnoses herkende ik mezelf niet in, en de psychologen hadden ook allemaal een andere mening. Ik ben het hele autisme spectrum afgegaan, heb diverse eetstoornissen en stemmingsstoornissen opgeplakt gekregen. Maar geen enkele die mij inzichten konden geven in mezelf. Ondanks dat werden er afspraken gemaakt om vervolgstappen te ondernemen. Een uithuisplaatsing was een van de opties, wel zonder kinderrechter aangezien mijn situatie niet ‘ernstig’ genoeg was volgens de professionals. Hiervoor moesten mijn ouders dus op gesprek komen om te kijken hoe ze daar tegenover stonden. Mijn vader bekommerde zich er niet om, en was hierbij dus ook niet aanwezig. Mijn moeder vond het verschrikkelijk. Tijdens dat gesprek is ze in huilen uitgebarsten en heeft ze haar kant van het verhaal verteld. Over hoe zwaar ze het had in de relatie, hoe opgebrand ze was door haar werk en hoe machteloos ze zich gevoeld had door de medicatie vroeger en mijn ‘pubergedrag’. Natuurlijk klonk haar kant van het verhaal veel beter om aan te werken. Hierdoor hebben ze besloten om de uithuisplaatsing op te schorten en mijn moeder te gaan ondersteunen bij haar problemen. ‘Als het goed gaat met zijn moeder, gaat het ook beter met hem.’ Was de gedachte. Daarnaast gingen mijn ouders ook nog scheiden. Hierdoor kwam er wel meer rust in het gezin, en ik vond het ook helemaal niet erg. Maar dit betekende voor mijn moeder dat ze meer bezig was met alles voor haarzelf op een rijtje zetten dan ook daadwerkelijk de beloftes naar de hulpverlening toe waar te maken. Maar omdat ik ouder als 12 was mocht ik kiezen bij wie ik ging wonen. Dit was voor mij een makkelijke keuze: Mijn moeder.

valt niet te bouwen
Door deze wispelturigheid van zowel hulpverlening als ouders raakte ik mijn toekomstperspectief compleet kwijt. Ik was ondertussen met veel pijn, moeite en slechte cijfers toch overgegaan naar de 3de klas. Dit was op mijn school het laatste jaar van de brugklasperiode. Toen mijn mentor klassikaal vertelde dat je aan het einde van het 3de jaar een sector (vakkenpakket) moest kiezen voor je vwo-diploma, raakte ik in paniek. Ik wist niet eens wie ik zelf was, laat staan wat ik wilde worden! Ik heb die dag heel erg geworsteld met wie ik was en ik viel terug op het enige wat mij hielp tijdens dit soort momenten. Weglopen van het probleem en in mijn eigen schijnveiligheid gaan zitten. Na die dag ben ik ook nooit meer op die school geweest. Ik heb de rest van dat jaar gespijbeld. Daarna heb ik een jaar geen opleiding gehad met het gevolg dat geen enkele school mij meer wilde aannemen. Ik was een ‘probleemleerling’: geen duidelijke hulpvragen, diagnoses of doeltreffende hulpverlening, en ik was maar 5% van alle uren op school aanwezig.

Shoutout naar mijn oma
Ondanks dat mijn jeugd niet zorgeloos was, was er een lichtpuntje in mijn leven. Dit lichtpuntje is tot op de dag van vandaag een belangrijk persoon voor mij. Ofja persoon, ik heb het over mijn oma. Ik voelde me in mijn gezin dan wel niet thuis en hulpverleners vertrouwde ik niet. Maar mijn oma is er gevoelsmatig altijd voor mij geweest, ondanks dat ze meer dan 100 kilometer verderop woont. Zij is de persoon geweest die mij wel zag staan en leek te begrijpen. Met haar kon ik praten zonder veel te zeggen. Ook al vertelde ik haar niet alles, ze begreep me genoeg om me te hechten aan haar. Ik putte hoop uit haar bestaan, en zonder haar had ik nooit de stappen durven zetten die tot mijn herstel hebben geleid.

Zelf leren doen
Op mijn 16de besloot ik mijn eigen koers maar te gaan varen. Geen eindeloze doorverwijzingen meer van het kastje naar de muur zonder duidelijk beeld van wie ik ben, waar ik tegen aanloop en vooral het hoe nu verder. Ik heb toen besloten om 8 weken een klinische opname in te gaan om voor eens en voor altijd duidelijk te krijgen wat er precies aan de hand is. Na deze 8 weken kwamen voor mij eindelijk de antwoorden waar ik naar op zoek was. Ik ben gewoon een jongen met ADHD en een rotjeugd. Om handvaten te ontwikkelen hoe ik met mezelf en de rest van de wereld om moet gaan heb ik toen ter plekke besloten om deze opname langer te laten duren. Uiteindelijk heb ik 14 pijnlijke, doch leerzame maanden op die instelling gezeten en ben ik mezelf tegengekomen.

Opgenomen
Tijdens mijn opname ben ik in een strak regime komen te staan, of ja. Voor mijn gevoel dan, want omdat ik zo lang geen school, werk of verplichtingen had, was van 9 tot 3 activiteiten doen een redelijk ingrijpende verandering. Hier merkte ik snel dat ik niet de enige was die zichzelf niet goed wist te begrijpen. Ondanks dat iedereen compleet anders was, ervaarde ik de groep als een van de hechtste vriendschappen die er kan bestaan. Eigenlijk is ‘vriendschappen’ niet het juiste woord, eerder ‘samenwerkingen’. Want op de groep zat je met een man of 8 in dezelfde situatie, met hetzelfde ritme en allemaal hetzelfde doel; jezelf leren kennen en waar nodig verder ontwikkelen. Echt vrienden zijn we niet geworden, maar je moest het maar met elkaar doen. En elkaar dagelijks de tent uit vechten had niemand zin in. Het gebeurde hooguit 1 keer per week dat er een ruzie was, en die was meestal ook snel op te lossen. Maar de grootste winst voor mij was dat ik er mensen heb leren vertrouwen, dus daar ben ik de groep en de begeleiding nog steeds dankbaar voor.

De hulpverlening
Wat mij tot op de dag van vandaag fascineert is hoe verschillend hulpverleners denken in vergelijking tot een cliënt over de behandeling. Een voorbeeld hiervan is dat ik tijdens de cognitieve therapie recente, negatieve gebeurtenissen moest gaan analyseren. Om op die manier proberen inzichten te krijgen in eigen gedrag en denken. Ik heb weken gehad dat ik naar deze therapeute kwam, en niks meegemaakt had aan heftige gebeurtenissen op de groep. Dan ging ik op haar verzoek maar eindeloos raaskallen over kleine problemen zoals dat de pindakaas op was. Dat vond ze dan niet goed genoeg om het over te hebben, maarja, ze leek ook niet te begrijpen dat ik het wel prima vond om niet meer thuis te zijn op dat moment. En dat mijn leven op dat moment niet echt heel moeilijk was. Ook werd mij door de 4 verschillende psychiaters die ik destijds had neurofeedback aangeraden. Dit zou mij kunnen helpen met het omgaan met ADHD, en zou zelfs kunnen betekenen dat ik zonder medicatie beter zou kunnen functioneren. Neurofeedback zou je bewust maken van bepaalde hersenactiviteit om het te leren sturen, waardoor je concentratie zou verbeteren en de impulsiviteit af zou nemen. Ik wilde heel graag deze training krijgen natuurlijk, aangezien de medicatie mij een zombie maakte, en mij meer bijwerkingen gaf dan echte resultaten bood. Dus had ik met hun afgesproken dat ik deze training zou starten. Maar deze beloftes bleken leeg te zijn, en de psychiaters schreven alleen hogere doses voor. Hierdoor ben ik tijdens mijn behandeling maar zelf verder gaan kijken naar de mogelijkheden om toch maar van die medicatie af te komen. Neurofeedback is het niet geworden, maar ik heb wel alternatieve manieren gevonden om met de ADHD om te gaan. Ik heb toen de medicatie in de ban gedaan voor mijzelf, en heb leren mediteren. Dit heeft mij meer inzicht in eigen denken, meer concentratie en minder impulsief/hyperactief gedrag opgeleverd. Ik zou niet zomaar voor andere klachten de oosterse alternatieven gebruiken, zonder overleg met een westerse professional. Ik heb mij verdiept in de traditionele, oosterse methodes in goed overleg met mijn psychiaters. Ondanks dat ze er niet achter stonden dat ik naar (volgens hun) ‘kwakzalvers’ ging gebeurde dit wel in een gecontroleerde omgeving.

En zelf verder gaan
Na mijn opname heb ik gemerkt dat ik zelf de tools heb ontwikkeld om met moeilijke situaties om te gaan. Ik kan nu het verleden laten rusten en zelf de leiding nemen over mijn leven op een ‘gezonde’ manier. Ik heb ondertussen al jaren geen drugs meer gebruikt en alcohol drink ik alleen nog maar voor de lekker, niet om van mijn problemen weg te komen. Het contact met mijn moeder is verbeterd, en ik sta meer open voor haar bemoeienis in mijn leven. Mijn vader heb ik afstand van genomen sinds de scheiding, daar er voor mij geen land mee te bezeilen valt. Dat laatste is een moeilijke, pijnlijke beslissing geweest, maar contact mag nooit ten kosten gaan van jezelf. Na een moeilijke opstart te hebben gemaakt in mijn leven kan ik alleen nog maar naar de toekomst kijken. Ik ben begonnen met een opleiding in de sector zorg en welzijn. (lekker vertrouwd dus) Ik merk dat het voor mij een goede keuze is omdat ik hierin zowel mijn ervaring als mijn betrokkenheid kwijt kan. Ook heb ik een sociaal leven opgebouwt welk ik kan onderhouden, en misschien nog wel het belangrijkste: waar ik ontzettend van kan genieten! Iets wat ik jaren geleden niet had durven dromen. Ik heb zelfs de ruimte in mijn hoofd gevonden om hobbies te ontwikkelen, namelijk gitaar spelen, gedichten lezen en schrijven, Tai Chi en filosofie. Ook kan ik enorm genieten van beeldende kunst en de natuur. Ik zet elke dag nog steeds stapjes in mijn herstelproces en krijg steeds meer antwoorden op vragen die ik mezelf stel.

Ik merk dat met de tijd, bijna alle wonden helen. Met deze woorden van hoop sluit ik mijn blog af.