Graag wil ik me voorstellen als blogger op deze website. Ik ben Chantal van Birgelen, geboren op 13…

imageWit was het plafond. Met van die witte, kille TL-buizen met ijzeren hokjes erom heen. Vóór mij hing een kleine tv aan het plafond en aan de wand een whiteboard met de naam Marian. Om me heen kijkend bemerkte ik dat ik op een tweepersoons kamer lag. Al sluimerend werd ik wakker van het roesje. Een beetje verdwaasd en eerst niet wetend waar ik was.
Maar vaag kwamen de momenten terug van vóór de operatie: het kennismakingsgesprek op de dagbehandeling. Twee paracetamols die ik moest innemen en de Privé die ik daar uit verveling zat te lezen. Verder was ik alles kwijt.

Dankbaar

In mijn beleving werd ik in de nacht wakker maar het bleek pas 18.00 uur te zijn. Twee uurtjes geleden lag ik blijkbaar nog op de OK. Maar gelukkig weet ik er niets meer van. Al die poeha aan mijn lijf hoeft voor mij niet maar door mijn spierzwakte ben ik genoodzaakt elk jaar iets aan mijn blaas te laten doen zodat deze normaal kan blijven functioneren. Ondanks alle gedoe ben ik mijn specialist daar erg dankbaar voor.

Teddybeer

Het werd avond. En toch had ik nog steeds geen honger. Alleen behoefte aan water en een stevige knuffel. Een knuffel van een ‘teddybeer’ met een warm hartje. imageMaar die was er niet. Als single moest ik het doen met een uiterst aardige verpleegkundige. Ook geen probleem, ze was lief en zorgzaam en gaf me een glas water en mijn gebruikelijke medicijnen. En daar was ik al heel blij mee.

Als ik naar het toilet moest, drukte ik op de rode knop. Aangezien mijn benen pap waren, werd er elke keer een rolstoel uit de gang gehaald. Deze werd netjes naast mijn bed gezet en erna weer keurig op de gang terug gezet.
Deze handeling herhaalde zich elke keer als ik op de rode knop drukte. Uit verveling begon ik te vragen of meer mensen op de afdeling de rolstoel nodig hadden. Het antwoord was heel vriendelijk: ‘Nee hoor, de rolstoel heeft verder niemand nodig’.

Eigen regie

Ik vond het best bijzonder om in een waas dit ritueel zo gade te slaan. Niemand kwam op het idee om de rolstoel gewoon naast mijn bed te laten staan. Dan kon ik zelf uit bed om naar het toilet te gaan. Maar de sufheid van het roesje en met het gevoel van alle tijd van de wereld, vond ik het ook wel ‘boeiend’ om deze beroepsdeformatie gade te slaan. Elke keer weer.
Maar hoe wakkerder ik werd, hoe afhankelijker ik me van de verpleging begon te voelen. Zonder hen kon ik dus nergens naar toe. Dat voelde niet prettig want in het dagelijkse leven had ik zelf de regie. Kon ik gaan en staan waar ikzelf naar toe wilde. En die regie werd me nu letterlijk afgenomen door een rolstoel buiten mijn bereik te zetten. Het waren per slot mijn benen! Maar niemand die dat besefte….en zelf dacht ik: ‘Eigen regie en empowerment, zal mijn tijd wel duren. Ik ben nu moe. Hondsmoe. Laat maar even de regie aan de verpleging over’.

Naar huis

Die nacht deed ik verder geen oog dicht. Door al het licht op de gang en geloop van het verpleegend personeel was het onrustig. Daarbij lag naast mij een ronkende man. Aan het donkere, zware geluid te horen een man van middelbare leeftijd. Alleen was dat een gok want het gordijntje, wat tussen ons in hing, werd door de verpleegkundigen angstvallig dichtgehouden. Waarom wist ik niet.
En zo lag ik te suffen, te hangen en te piekeren totdat het eindelijk licht werd.
Pas toen het eten werd geserveerd, ging het gordijntje open en konden we elkaar gedag zeggen. Het was inderdaad een wat oudere man. In een keurige, lichtblauwe pyama. Ook hij mocht vandaag naar huis.

Na het eten en me gedouched te hebben, werden de nodige papieren afgehandeld om naar huis te kunnen gaan. Van de ene kant heel blij, maar van de andere kant ook niet. Mijn benen waren weer zo hard terug gevallen dat ik niet in de rollator kon lopen. Elke keer na een narcose of roesje gebeurt dit. En niemand weet wat er aan de hand is. Uit het niets liet ik even mijn tranen gaan. Balen. Fink balen! Want het lopen ging nl. zo goed. En hoelang zou het gaan duren? Geen idee. Soms uren, soms dagen, weken of zelfs maanden. Op dat moment kon ik even niet meer positief denken. Totdat ik één van mijn vrienden in de deuropening zag staan die me kwam ophalen. Echt top!

Vrienden – onvoorwaardelijk
Wat dat betreft mag ik in mijn handjes wrijven. Ik heb een hechte vriendengroep. Als er wat is, staan ze voor me klaar. In deze tijd bijzonder. En dat koester ik. Maar andersom probeer ik ook wat in mijn vermogen ligt, hen te helpen. Het is wederzijds, ook al slaat de balans gevoelsmatig richting mijn vrienden uit. Maar het zij zo.

Hij duwde me in de rolstoel naar de uitgang van het ziekenhuis en liet me even staan zodat hij de auto kon halen. Al wachtend zag ik plots dat mijn kamergenoot ook naar buiten liep. Samen hadden we een langwerpige doos meegekregen. Hij hield hem stevig onder zijn arm. De mijne lag op mijn benen. We wisten beiden wat er in zat. Op dat moment alleen wij twee.

Mijn vriend kwam er aan en bracht me naar zijn auto op weg naar huis. Na een kwartiertje waren we er al. Blij om weer in mijn eigen huis te zijn, in mijn eigen bedje. Ook al was ik maar 2 daagjes weg geweest.

‘Teddybeer’

M’n rolstoel stond al op me te wachten. imageDie had ik uit de berging gehaald en klaar gezet voor het geval dat het toch na de operatie mis zou gaan met de benen. Een rolstoel waarmee ik een haat-liefde verhouding heb opgebouwd. Ik kan hem soms zo vervloeken!! Maar als ik hem nodig heb, dan koester ik hem. Ik ben dan van niemand afhankelijk. Ik kan gaan en staan waar ik zelf naar toe wil. Eigen regie. Wat kan dat soms verbluffend eenvoudig werken…..
En…..ook al ben ik single….het is nu even ‘mijn teddybeer’.