Ik ben Xamantha, inmiddels 39 en ik woon met partner en 3 katten in een klein Betuws gehucht.…

Vorige week had ik een goede dag. Er was ’s ochtends iets tussen de afspraak bij de ggz gekomen, waar ik samen met Albert naartoe was gereisd. Vervelend, maar ik kon het loslaten. We dronken een kop koffie en gingen op huis aan. Terwijl we in de bus zaten bedacht ik me dat ik eigenlijk wat langer in de stad had willen zijn. Albert gaf aan naar huis te willen en ik voelde me sterk genoeg om in de bus te blijven zitten toen hij uitstapte. Even in m’n uppie naar Tiel.

Ging goed! Ik was wat ontremd omdat ik die nacht niet had geslapen, maar het was fijn om wat winkeltjes af te struinen en op m’n dooie gemakje koffie te drinken.
Al heel lang niet meer in de winkel met tweedehands boeken geweest. Terwijl ik de schappen af ging en twee mooie boeken vond, hoorde ik op de achtergrond de twee dames op leeftijd die de winkel runnen stuntelen met de computer.
Goh, dacht ik, daar zou ik ze wel mee willen helpen. Ik zou hier als vrijwilliger goed passen, ook als klanten helpen een drempel voor me zou zijn. Er komen daar veel boeken binnen en ik zou er plezier in hebben om te helpen sorteren, inruimen, computerwerk doen en meedenken over acties. Ik heb wel wat te bieden en het zou voor mij een nieuwe uitdaging zijn.

Impulsief vroeg ik de mevrouw achter de kassa of ze nog vrijwilligers konden gebruiken. Moest ze even overleggen.
Even later was ik in gesprek met de dame die volgens mij de ‘baas’ is daar. In plaats van een kort praatje werd het een sollicitatiegesprek midden in de winkel. Ik klapte compleet dicht maar zette door. Haar vragen waren kort en onvriendelijk, althans in mijn beleving. Ja, ik kon zeker een dagdeel in de week aanwezig zijn en ja, ik wist wel iets van boeken. Ik gaf aan dat ik ze het liefst achter de schermen wilde helpen, althans de eerste tijd om te wennen.
Ze bekeek me van top tot teen, wilde mijn opleiding weten en schreef die op: sociaal pedagogische hulpverlening. Ze tikte met haar pen op die woorden. “Dat is een zware baan, of niet? Hoe lang doe je dat werk al?”. Tja, liegen leek me niet verstandig. Het schaamrood stond me op de kaken toen ik zei dat ik op dit moment niet werkte, terwijl ik me daar doorgaans niet echt voor schaam. Ik vond het gesprek inmiddels zo vervelend worden dat ik alleen nog maar weg wilde.
Ze vroeg of ik dan een thuisblijfmoeder was. Nee, geen kinderen. Waarom ik dan thuis zat?
Ik vond dat ze daar helemaal niets mee te maken had, maar ik hoorde mezelf toch zeggen dat ik arbeidsongeschikt ben. Aha, een ziekte? Wat dan?
En weer ging ik over mijn eigen grens door te benoemen dat ik psychische klachten heb,
Hmm, zei ze. Ik voelde me verschrompelen toen ze nogmaals van top tot teen bekeek. Het had me niet verbaasd als de woorden ‘verward persoon’ op mijn voorhoofd opgloeiden.
“We laten je wel weten wanneer we je hulp kunnen gebruiken”
Struikelend verliet ik de winkel en slikte mijn tranen weg. Drukte de teleurstelling en de schaamte heel diep naar binnen, zodat ik de illusie van een leuke ochtend hebben nog even vast kon houden. Ik was in de stad, ik deed het helemaal alleen en daar mocht ik trots op zijn. En precies zo zette ik het later op facebook.

Pas ’s avonds kwam het weer omhoog. Eerst de schaamte en het gevoel een waardeloos persoon te zijn, daarna een gezonde portie boosheid. Ze had een afspraak met me kunnen maken om er eens rustig over te praten, en sowieso had ze dit niet midden in de winkel hoeven te doen. Ze had, voordat we dat gesprek hadden, kunnen zeggen dat het leuk of fijn was dat ik mijn hulp aanbood. Ze had vriendelijk kunnen zijn.
Aan haar oordeel kon ze waarschijnlijk weinig doen, kwestie van beeldvorming. Voor mij een reden om me nog wat harder in te zetten voor stigmabestrijding.

Ik denk niet dat ik nog iets van ze zal horen, maar mocht ze bellen en me uitnodigen, dan sla ik dat vriendelijk af. No way dat ik in zo’n sfeer wil werken.

En toch is deze ervaring niet 100% negatief. Blijkbaar wil ik graag de stap naar vrijwilligerswerk gaan zetten en weet ik nu dat ik me beter moet voorbereiden als ik ergens aanklop. En nu weet ik ook dat ik wel degelijk een voorwaarde heb: ik wil me welkom voelen en ik wil dat er rekening gehouden wordt met mijn kwetsbaarheid. En voor dat laatste zal ik ook echt mijn best moeten doen.