Ik ben Eliane en moeder van twee kinderen. Ik heb het syndroom van Asperger en schizofrenie. Hier schrijf…

Ik ben inmiddels alweer ruim drie weken met ontslag. Ik ben acht weken opgenomen geweest op de gesloten afdeling en vier weken op de open afdeling. Ik hoorde stemmen in mijn hoofd. Stemmen, die door middel van medicatie en een intensief programma nu zo goed als verdwenen zijn. Ik voel mezelf goed. Herstellen doe je zelf, maar het is fijn als de medicatie je een handje helpt. Ik wil onderstaand stuk toch nog even met jullie delen. Het is namelijk de week van de psychiatrie. Het thema is “Baas in eigen leven”. Ik heb diepe dalen gekend maar ik wil jullie laten zien dat, hoe diep het dal ook is, je er altijd uit kunt komen. Eigen regie is daarbij heel belangrijk. Ook al heb je een (ernstige) psychiatrische aandoening, het is belangrijk dat je nog altijd kunt beslissen over je eigen leven. Dat ik zelf dingen kon beslissen, heeft gemaakt dat ik mijzelf beter voel. Het maakt dat ik voel dat ik nog leef omdat ik zelf beslissingen kan nemen. Lees mijn stuk dat ik op 10 januari van dit jaar heb geschreven, en zie het contrast met hoe ik me nu voel.

“De dag begint al slecht omdat ik maar een paar uur heb geslapen. Als ik wakker word, is het nog rustig op de afdeling. Ik loop naar buiten om een sigaret te roken, maar na een paar trekjes heb ik er al genoeg van. Een sigaret is gemaakt om te worden opgerookt in een warme, gezellige omgeving, niet in het donker en in de ijzige kou. Ik heb, sinds ik ben opgenomen, mijn rookgedrag al gereduceerd naar 100 gram per week. Dat scheelt alweer zo’n 15 euro per week. Je zou bijna gaan denken dat je nog geld gaat besparen bij een opname. Er is koffie gelukkig, want bij mijn ochtendroutine hoort natuurlijk wel koffie. Wel zonder cafeïne helaas. Normaal bestaat mijn dieet uit cafeïne en nicotine, maar de cafeïne kun je nu van het lijstje schrappen.

Als het tijd is om te ontbijten, heb ik inmiddels al 5 koppen koffie op. Wakker ben ik toch wel, met of zonder cafeïne. Ontbijten wil ik niet. Dat mag ik niet van de stemmen en ik heb het gevoel alsof er een knoop in mijn maag ligt. De verpleging doet er gelukkig niet moeilijk over, en aan het aantal mensen te zien die in de huiskamer zitten in plaats van in de eetkamer, ben ik niet de enige die twijfels heeft aan het nut van ontbijten zo vroeg op de ochtend. Verschil is wel dat ik andere mensen toch wel in de loop van de ochtend de keuken in zie duiken om een boterham te smeren. Ik niet, ik mag en ik wil niet meer eten.

De stemmen zijn inmiddels weer volop aanwezig. Bemoeien zich met alles wat ik wil gaan doen met als gevolg dat ik heel passief word. Ik ga zitten in een stoel, praat wanneer er iets aan mij gevraagd wordt maar voor de rest ben ik tot weinig in staat. Activiteiten staan er ’s ochtends niet op het programma en er is bijna niemand te zien op de afdeling, behalve de schoonmaker en de verpleging die af en toe voorbij komt lopen. Ik voel een enorme hoofdpijn opkomen en vraag om een paracetamol. Die krijg ik gelukkig ook. Niet dat paracetamol bij mij veel helpt maar het is beter dan niks, bij gebrek aan wat anders.

Ik besluit om even te gaan liggen. Dat moet ik eigenlijk niet doen. Ik slaap overdag bijna niet en als ik ga liggen, en ik val toch in slaap, ben ik bang dat ik s nachts helemaal geen oog meer dicht doe. Helemaal in mijn eentje ben ik alleen met de stemmen en dan overstemmen ze mijn hele gevoel, alsof ik murw geslagen word. Op mijn kamer heb ik ook geen rust. Mijn slaapkamerraam grenst aan de tuin van de open afdeling en ik hoor dat iemand de inhoud van zijn longen onder mijn raam deponeert. Op de afdeling hoor ik ook nog geluiden. Iemand is heel hard aan het gillen omdat ze pijn heeft en een ander is aan het overgeven op de wc in de badkamer die heel strategisch naast mijn kamer ligt.

Het is inmiddels 11 uur in de ochtend en ik heb het gevoel alsof ik er al een hele dag heb opzitten. Ik ben zo bezig met overleven dat tijd voor mij eigenlijk geen betekenis meer heeft. Ik ben moe, moet nog een hele dag en ’s avonds ben ik bang om te gaan slapen, omdat ik bijna geen oog meer dicht doe. Ik sta toch maar op, tijd voor een sigaret. Ik ben bang, elke minuut van de dag, omdat ik niet weet hoe ik deze dag weer moet overleven. Zo gaat dat de laatste tijd, dag in, dag uit.”