Ik ben Xamantha, inmiddels 39 en ik woon met partner en 3 katten in een klein Betuws gehucht.…

Ik heb altijd verlangd naar zwangerschap, het krijgen van een kindje, moeder worden. Een wens die steeds groter werd en z’n hoogtepunt bereikte toen ik Albert ontmoette. Dit was hem, de toekomstige vader van mijn kind. Dit was de vader die ik mijn kind gunde: zacht en liefdevol, maar ook beschermend en behept met een draagkracht die zo veel groter was dan hij zelf besefte.

We hebben er vaak over gepraat, samen gefantaseerd over hoe het zou zijn. Wat voor ouders zouden wij zijn? Ik vermoedde dat ik een strengere opvoeder zou zijn dan hij, maar ook een moeder die haar kind aanmoedigde zichzelf te zijn, met compassie voor ieder die haar pad zou kruisen. Ik zou eindeloos voorlezen en muziek met haar luisteren, precies zoals mijn moeder dat met mij deed.
Albert was wat huiverig over zijn rol als vader, hij was bang zich veel zorgen te maken. Ja, misschien zou hij dat doen. In mijn ogen was dat een eigenschap die een kind veiligheid zou kunnen bieden. De belangen van ons kindje zouden vooropstaan en hij zou oneindig zorgzaam zijn. De allerliefste vader van de wereld, die nooit genoeg zou krijgen van grapjes en gekke spelletjes.
We hadden ook een beeld van hoe ons kindje zou zijn: rood haar, sproeten en een heel lichte huid. Een verlegen kindje, introvert. En omdat wij beiden introvert zijn zouden we weten hoe we ons kindje konden helpen zich te ontplooien en de wereld te onderzoeken.
Boven alles zouden we haar een veilige hechting proberen te geven.
En in dat laatste zit de angel. We dragen beiden hechtingsproblematiek met ons mee en weten hoeveel impact dat kan hebben op de rest van je leven.
Hoe kon ik ooit die veilige hechting bieden als ik zo labiel was dat ik telkens weer in crisis raakte, als ik keer op keer opgenomen zou worden, als Albert naast zijn baan mijn mantelzorger bleef?
We hebben met een therapeut gepraat over onze wens. Hoe meer die over mogelijkheden tot hulp vertelde, hoe groter de steen in mijn maag werd.
Het werd ons duidelijk dat er een team van hulpverleners en naasten om ons heen zou moeten staan om alles in goede banen te leiden. Een complexe constructie bij zoiets organisch als het krijgen van een kindje. Het voelde zo onnatuurlijk, zo geforceerd.
Ja, wij wilden heel graag een kindje, maar niet op deze manier.
Op het moment van dat gesprek had ik nog heel wat vruchtbare jaren voor me liggen. Wie weet hoe ik er over vijf of tien jaar aan toe zou zijn?
We besloten onze wens uit te stellen. Onze wens werd met een zacht dekentje toegedekt, wachtend op betere tijden.
In de jaren die volgden heb ik ontzettend hard gewerkt om stabieler te worden. De crises hielden aan. Ik leerde ze wat beter te doorstaan en won wat aan stabiliteit.
Maar elke keer dat ik mezelf de vraag stelde of de tijd rijp was, was het antwoord nee. Nee, ik kon nog niet de moeder zijn die ik een nieuw leventje gunde. Nee, wij konden de stevige basis nog niet bieden.
De jaren verstreken, mijn biologische klok tikte steeds harder. Het verdriet groeide, ik zag mijn kansen afnemen.
Inmiddels was me ook duidelijk geworden wat ik nodig had om vaste grond onder mijn voeten te krijgen: het verwerken van mijn trauma’s. De voorgaande therapieën hadden me geholpen om de klachten die daaruit voortvloeiden onder het tapijt te vegen. Een zeer bobbelig tapijt werd het. Wat fier overeind bleef was het cluster PTSS-klachten. Dagelijks had ik herbelevingen en dissocieerde ik. Nachtmerries bevolkten mijn kleine beetje slaap, triggers doken overal op. Vaak kon ik niet eens voor mezelf zorgen en had ik mijn handen vol aan overleven.
Ik had jong moeder willen worden, rond m’n 20e. Geen man overboord als dat wat later in mijn jaren als twintiger zou zijn, maar 30 was toch echt wel de grens. Een grens die ik oprekte naar 35. Ik was er niet aan toe om mijn wens los te laten.
Ik ben zo boos geweest op de dader die mij stukken toekomst af heeft genomen. Niet alleen had ik moeder willen worden, maar ik had ook willen studeren, een baan vinden, een plaats in de maatschappij vinden. Ik had het prima gevonden om eens wat therapie te krijgen, maar de afgelopen twintig jaar in de chronische psychiatrie hoorde niet tot mijn wensen.
Mijn boosheid is langzaam veranderd in verdriet.
Er werd vaak gezegd dat ik een veelbelovend kind was. Dat was eng, want kon ik wel aan die verwachtingen voldoen? Maar het was vooral fijn dat mijn potentie gezien werd.
Er blijkt een grens te zitten aan veelbelovendheid. Ik droeg de verwachtingen met me mee en ze wogen steeds zwaarder.
Ergens tussen 35 en 40 kwam er een rationeel besluit: we blijven kinderloos. Een besluit uit liefde voor een toekomstig kindje, hoe krom dat ook moge klinken. Zoveel liefde te geven, zoveel steun kunnen krijgen, zoveel tekenen van groei bij ons beiden. En dan toch dat besluit.
“Joh, probeer het gewoon, die obstakels overwinnen jullie wel,” hoorden we vanuit verschillende hoeken. Nou nee. Met een mensenleventje gok je niet.
Wat ik ook moeilijk vind is dat mensen op ons verhaal reageren door oplossingen en constructies aan te dragen. Lief bedoeld, maar daarmee gaan ze wel voorbij aan de bewuste keuze die wij hebben gemaakt. Luister naar me, erken mijn verdriet en zeg gerust dat wij echt wel goede ouders zouden kunnen zijn, maar respecteer ons besluit alsjeblieft. Je hoeft het niet te begrijpen om het toch te respecteren.
En nog iets: deze keuze is persoonlijk. Ik zeg er niet mee dat anderen in ongeveer dezelfde situatie verkeren niet aan kinderen zouden moeten beginnen.
Ik ben inmiddels 40.
De dagen voor die verjaardag bracht ik door in een stilteretraite. Ik kwam er met de intentie om mijn traumaverwerking onder de loep te nemen: hoe ver ben ik nu, wat wil ik er nog mee bereiken, welk pad sla ik in?
Maar wat zich aandiende was een allesoverheersend verdriet om mijn verloren droom.
Ik heb mijn ogen uit m’n kop gehuild en in een ritueel rondom een vuur heb ik de naam genoemd die ik al heel lang gereserveerd had voor dit kindje. Ik heb een stuk zwaarte achter me mogen laten en ben in een nieuw stuk rouw beland, een stuk dat me niet meer zo zal ontwrichten als eerdere stukken.
Ik ben 40 en ik ben een kinderloze moeder.