Ik ben Xamantha, inmiddels 39 en ik woon met partner en 3 katten in een klein Betuws gehucht.…

Vandaag is het een jaar geleden dat jij het leven door de voordeur mocht verlaten. En precies op dit moment, een jaar geleden, wist ik niet of je nog leefde.

Ik wist dat de arts er al was, maar ik had geen flauw idee hoe lang alles zou duren. Je moeder zou me bellen als je overleden was, maar ik kon me voorstellen dat je naasten wat tijd nodig zouden hebben voordat ze anderen zouden inlichten.
Er kwam een zinnetje in me op dat jij waarschijnlijk gewaardeerd zou hebben: je was op dat moment voor mij Schrödingers kat. Dat verwijst naar een akelig gedachte-experiment dat ik niet ga uitleggen (Google staat tot uw dienst, waarde lezer). Er zit een kat in een doos en niemand kan weten of die kat nog leeft.
Wat een bizar moment was dat. En eigenlijk was het ook wel passend bij wie jij was. Ik was allang blij dat je geen zelfmoordkonijntje was en ondanks m’n gedachten die alle kanten op gingen voelde ik me kalm. Je had het volgehouden, je wens kwam uit.

We ‘ontmoetten’ elkaar op BroedplaatsZ, het platform waar Elmira mij voor uitgenodigd had. We lazen elkaars blogs, reageerden op elkaars tweets. Ik weet niet wanneer het moment kwam dat we elkaar DM’s (privéberichten) begonnen te sturen. Dat moet in elk geval ’s nachts zijn geweest, we hadden beiden slaapproblemen. En de berichtjes werden appjes. Speciaal voor jou installeerde ik Whatsapp, die app die ik eigenlijk helemaal niet wilde gebruiken, op m’n telefoon. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, het werd de basis van ons contact. Ik weet nog dat ik verbijsterd was over de snelheid waarmee je typte, tot je me vertelde dat appen ook via de computer kon.

Op 12 juni 2013 plaatste je een wat cryptische tweet. Je was ontzettend gespannen, schreef je, en je zat de tijd uit op een terras. Gelukkig was je niet alleen.

Later appte je me dat Elmira die dag was overleden. Wat vond ik dat vreselijk voor jou, jullie waren zo’n eenheid. En wat vond ik het jammer voor mezelf dat ik Elmira nooit in levenden lijve had ontmoet. Maar ik voelde opluchting voor Elmira zelf. Ze had eindelijk haar rust gevonden.
Op haar uitvaart ontmoette ik jou voor het eerst ‘live’. M’n hart brak toen ik je grote verdriet zag. Zonder er echt over na te denken ben ik naar je toe gegaan en heb ik je gevraagd of ik je een knuffel mocht geven. Dat mocht, en op dat moment sloot ik je niet alleen in mijn armen, maar ook in mijn hart. En daar zit je nog steeds.
Mijn hemel, wat heb ik me zorgen om je gemaakt na Elmira’s dood. Geen onterechte zorgen, het was me ontzettend duidelijk dat jij al met één been in het graf stond, als ik dat zo ongenuanceerd mag formuleren.

We appten vaker. Soms kort, soms halve boekwerken. En juist omdat er schermpjes tussen ons in zaten kon het contact heel persoonlijk en kwetsbaar worden. We deelden dingen die we face to face nooit besproken zouden hebben. Ik wist eigenlijk niet eens of we elkaar live wel zouden liggen. Dat maakte ook niet uit, via onze schermpjes klikte het goed.

Het ging vaak over intimiteit en ja, ook over seksualiteit*. Een onderdeel van het leven dat voor ons beiden niet vanzelfsprekend was. Je vroeg me telkens m’n grenzen aan te geven, zei vaak ook vooraf waar een tekst die je me toe wilde sturen over ging. Uiteindelijk hebben we elkaar in alle openheid gevraagd naar elkaars triggers. Ik wist inmiddels dat ik veel van jou kon hebben. Ik gaf aan dat de grens lag bij praten over misbruikgerelateerde seks. En jij vertelde dat jouw grootste trigger was om als aansteller gezien te worden en dat twijfels over je integriteit ondraaglijk voor je waren.
Ik vond het bijzonder om te merken dat je een streng (vaak veel te streng) kompas had ontwikkeld voor de dingen die jij met je autisme niet vanzelfsprekend aanvoelde.
Ach jongen, dacht ik vaak, wat maak je het jezelf moeilijk. Maar wat ging je ongelooflijk integer om met wie je lief was. Je bleef mijlenver vandaan bij de grenzen waarvan je zo bang was ze te overschrijden. Je vertrouwde jezelf niet, zei je vaak. Had je jezelf maar eens door de ogen van dierbaren kunnen bekijken. Mensen vertrouwden jou en dat was helemaal terecht.

Naast die ethische gesprekken waren we er ook voor elkaar als er crisis was. Het deed er niet zo toe dat onze problematiek verschilde, crisis is crisis. Op het laatst zette ik mijn telefoon ’s nachts niet meer op stil. Ik wilde er voor je zijn als dat kon. Het was vaak heel kort, je had soms een duwtje nodig om hulp te vragen bij je moeder. Die haar telefoon ook altijd aan had staan om er voor je te kunnen zijn.
En soms was een van ons tweeën boos en moest uitrazen. Dat ging perfect, want het hielp, en snel ook. Zodra er ruimte ontstond voor een grapje, zwarter dan zwart, was de lucht geklaard.

Je vertelde me al in een vroeg stadium dat je om euthanasie zou gaan vragen. Je hield me op de hoogte en liet me af een toe een blog lezen voordat je het online zette: “kan ik dit wel plaatsen?”. Je was zo bang dat je je eigen glazen in zou gooien door te bloggen over dat proces. En om die reden gaf je ook aan dat je wel zou blijven schrijven en dat je die blogs na je dood alsnog gepubliceerd wilde hebben.
Ik heb voorzichtig aangegeven dat ik dat graag voor je wilde doen. Je wilde zeker weten of dat geen opwelling van me was, denk ik, want het ging er meerdere keren over. Soms moest je iets kwijt over dat ellendige euthanasietraject (ellendig vanwege alle hobbels en miscommunicatie) en stuurde je me het stuk dat je erover geschreven had, simpelweg omdat je de energie niet had om het nogmaals te vertellen.
Kort voor je sterfdag stuurde je me het volledige pakket teksten. Al lezende realiseerde ik me dat ik letterlijk elke tekst al gelezen had.
Wat heb ik gejankt trouwens, toen die mail kwam. “Ik laat ze in jouw vertrouwde handen,” schreef je erbij. Dit vertrouwen van jou krijgen betekende zo ongelooflijk veel voor me!

Al schrijvend realiseer ik me dat deze tekst niet het mooie eerbetoon is dat ik voor je had willen schrijven, maar het is even niet anders.

We hebben elkaar nog drie keer gezien. De eerste keer zei je dat je geen bucketlist had, maar dat je me toch wel heel graag een keer live wilde zien nu het nog kon. Je bent een middag hier geweest. Beiden nerveus (het hielp wel dat we elkaar dat appten), niet wetend wat te verwachten. En zoals in elk contactmoment gaf je aan dat ik eerlijk mocht zijn als het me teveel werd, ook als dat al na vijf minuten zou zijn.
Het was een fijne middag. Het klikte ook live, al bleven we meer aan de oppervlakte dan in onze appjes. En dat was prima.
Onze poezen lieten zich niet zien die middag, had ik ook niet verwacht. De krabpalen springen nogal in het oog in onze huiskamer. Briljant vond ik je vraag of ik wel zeker wist dat ik echt katten had, of dat ik ze al jaren hallucineerde.

Samen met Albert heb ik jou nog twee keer opgezocht. Man, wat zette je straffe bakken koffie, heerlijk! Het was geen emotioneel bezoek, het was vooral gezellig. Wel heel bizar was de afscheidsknuffel. Weten dat je elkaar nooit meer zult zien.
En toch zagen we elkaar nog een keer. Albert ging naar een concert in 013 en ik voelde hevig dat ik Tilburg niet wilde verlaten zonder je nog één keer te zien. Een bonusontmoeting en een tweede, of eigenlijk derde afscheid.
Het ging niet goed met je op dat moment. Je had de kracht niet meer om een masker op te zetten. Wat was je moe, wat was je op. Wat gunde ik je je rust, wetende dat het moment naderde.

Ik heb mijn belofte gehouden. Ik heb dat grote tekstbestand in stukjes verdeeld en het hier en daar geredigeerd. Vond het een heel fijne taak. Wat wel lastig was: redigeren zonder de eigenheid van jouw taalgebruik te schenden. Dat leerproces heb je me het afgelopen jaar alsnog gegeven.
Je hebt me zo veel gegeven Eelco, ik ben zo blij dat je me toe hebt gelaten in je leven én in je dood.

Alle blogs zijn geplaatst en er is een documentaire over jou in de maak.
Als ik zie hoe negatief sommige mensen reageren op jouw verhaal (in de media) word ik eerst boos, om me daarna te troosten met de gedachte dat jij stof op wilde doen waaien. En dat doe je, nog altijd!
De positieve reacties zijn veruit in de meerderheid. Ik hoorde van iemand dat die blogs hem/haar ná jouw dood nog steunend zijn geweest. Hoe mooi is dat? Je hebt een indrukwekkende erfenis nagelaten.

Ik hoop dat je naasten na de lancering van de docu de ruimte krijgen om op hun eigen manier te rouwen. Ze hebben waanzinnig veel van je gehouden en dat doen ze nog steeds. Ik ook, en dat heb ik je in een van de laatste appjes ook gezegd. Wetende dat je het niet terug zou zeggen. Dat hoefde ook niet, ik wilde het jou meegeven.

Dag lieve Eelco, dankjewel voor alles.

*hoewel ik niet denk dat mensen dit verkeerd op zullen vatten, wil ik toch even benadrukken dat het geen erotische gesprekken tussen ons waren.