Van onmacht naar kracht en balans Mijn naam is Marjo Brouns. Ik ben al een aantal jaar mantelzorger,…

Beste vrienden en familie,
Het is een hele tijd geleden dat ik jullie mailde met ons verhaal, over hoe het met ons gaat en hoe we het doen samen. Ik schrijf dat nu meestal in mijn blogs. Toch mail ik jullie weer, want wij zoeken hulp. Mon en willen jullie vragen ons te helpen met…..’

Zo begon ik een aantal weken geleden een mail aan onze vrienden en familie. Vanaf dag 1 na het ongeval van Mon (in december 2008) heb ik iedereen in onze omgeving gemaild over de impact die het ongeval van Mon op ons leven kreeg. Ik zag op tegen avonden waarop de telefoon aanhoudend rinkelde, terwijl ik na de bezoeken in het ziekenhuis en revalidatiekliniek vooral rust en tijd voor mijzelf wilde. De reacties op mijn aanpak waren hartverwarmend, iedereen vond het fijn om ook zo via de mail te reageren. Ik kon via deze mails ook gemakkelijk afspraken maken over gespreid bezoek of over ‘bij bezoek liever geen parfum op’, want daar kon Mon niet meer tegen. Onverwachts praktisch dus.

Ons leven veranderde drastisch na het ongeval van Mon. Ook onze vriendenkring werd anders en liep hier en daar wat deuken op. In het begin was er veel bezoek, belangstelling en iedereen wilde helpen. Mon en ik kozen voor een paar vaste mensen om ons heen: voor hulp bij de zorg, in huis en de tuin. Maar het merendeel van alle contacten werden in de loop van de tijd steeds minder. Toch heb ik dat vooral als heel logisch ervaren. Ons leven werd immers heel anders. Daarnaast was het vaak zo dat bezoek gewoon niet kon voor Mon. Regelmatig belde ik bezoek af. Te veel pijn of te veel emotie. Soms een uur van tevoren nog afbellen. Het deed me veel verdriet wanneer ik mensen moest teleurstellen, maar bezoek ging gewoon niet. Ze begrepen het altijd. Toch haken mensen af en da’s heel begrijpelijk. Ik zie het allemaal als een vriendenkring in ontwikkeling, die door een crisis flink door elkaar wordt geschut en waardoor nieuwe vriendschappen ook een kans krijgen.

Mon en ik kregen ons leven min of meer weer op de rit, samen met vooral de hulp van onze buren en mijn oudste zus en zwager. Als ik van huis ga is een van hen bij Mon. Hulp van vertrouwde mensen voelt voor Mon heel fijn. Maar toen ik een paar weken geleden een avond-afspraak in Den Haag had, liep het spaak. Niemand kon, iedereen had andere verplichtingen die avond. Wat nu? Ik herinner me dat ik in de eerste jaren na het ongeval zo’n afspraak als vanzelfsprekend afzegde. Maar dit keer niet, ik koos voor mijzelf en wilde naar Den Haag. Dus moest er een andere oplossing gezocht worden. Een kennis dacht mee: ‘Je kunt ook terugvallen op een vrijwilliger van de lokale vrijwilligerscentrale. Of de gemeente, die hebben respijtzorg, dan kan je man naar een verblijfadres of zoiets…’ Ik aarzelde en haar hulp ging verder: ‘Of de zorgverzekeraar, die doen ook iets met vervangende zorg. Dat heet ook respijtzorg.’ Ik bleef twijfelen. Dat Mon graag vertrouwde mensen om zich heen heeft maakte het niet eenvoudiger of mischien juist wel….

Ik dacht aan de oude mail-vrienden-club en besloot – enigszins gespannen – hen te mailen. Wat er toen gebeurde had ik niet durven dromen, zo mooi en bijzonder. Bijna direct nadat ik op de verzendknop had gedrukt, reageerde een vriend, waarvan ik het geheel niet had verwacht. Hij zit momenteel zelf in een heftige privé-situatie, maar wilde ons heel graag helpen en die avond bij Mon zijn. Direct daarna nog twee andere reacties, ook zij willen heel graag helpen. Tranen stroomden over mijn wangen toen ik hun mailtjes las. Toen ik later die dag iedereen mailde dat het allemaal is opgelost, kreeg ik nog een paar reacties: ‘Je mag ons altijd vragen!’ en ‘Gewoon een volgende keer weer vragen, ik stuur je dan mijn man wel.’ 😉 Een nicht van Mon schrijft: ‘Volgende keer gewoon weer vragen, dan regel ik die andere nicht ook en kunnen we met Mon samen gezellig familie-bijkletsen.’ Al de reacties, zo mooi. Weer ontroerde het me. Ik besefte dat ik een drempel over moest voor onze hulpvraag, maar dat onze vraag voor hulp ook hun drempel voor contact en hulp bieden verlaagde.

Als ik die bewuste avond uit Den Haag laat thuis kom, is het erg gezellig bij ons in huis. Geen kaarsjes aan, maar een televisie- en bijpraatavond. Geen biertjes, maar koffie met vlaai en een glaasje fris. De tijd is omgevlogen. Vrienden die hun verhaal deelden en het is vooral Mon die vanavond heeft geluisterd naar het heftige verhaal van de ander. En ik besef het: het is geen opvang voor Mon geweest, het was ook geen respijtzorg, het is gewoon oprechte vriendschap. Ik heb weer veel geleerd.