Van onmacht naar kracht en balans Mijn naam is Marjo Brouns. Ik ben al een aantal jaar mantelzorger,…

Hartstikke ziek was ik zaterdagmorgen toen de deurbel ging. Mon hield zijn rustuurtje en ik lag behoorlijk duf op de bank, maar kroop toch onder mijn dekentje vandaan en in pyjama en op een paar suffe sloffen sukkelde ik naar de voordeur: de bloemist uit het dorp. Hij bracht een prachtig boeket bloemen met een bedankbriefje van de organisatie voor mijn mooie bijdrage aan de bijeenkomst van een dag eerder.

Ik was het natuurlijk helemaal zelf schuld. Ik voelde het maandag al, het begon met een zere keel en een beetje hoofdpijn. Toch hield ik me stug overeind. Ik wilde niet ziek worden. Dinsdag was het erger: flink hoesten en ik dacht nog ik doe net alsof ik niet ziek ben. Ik heb het er gewoon niet over. Tja.. 😉

‘Hoe doe je dat? Stug overeind blijven en je hele lijf stribbelt tegen?’ vroeg een vriendin. Tja, hoe doe ik dat. Gewoon een van mijn betere kwaliteiten benutten: vooral heel erg eigenwijs zijn en hard roepen dat ik echt niet ziek wil worden. Dus ook niet te veel en te vaak hoesten waar Mon bij is, bijvoorbeeld ’s nachts naar beneden lopen om paracetamol te halen die ik ‘per ongeluk’ beneden heb gelaten om vervolgens in de keuken heel flink door te hoesten

‘Is Mon dan niet bezorgd om je?’ , vraagt ze vervolgens. Ja, dat is hij zeer zeker, maar hij is ook wel bang dat hij zelf griep krijgt, want: “Ik heb al een heel pakketje aan beperkingen, pillen en pijn.” Dus dat ’s nachts beneden hoesten is zo gek nog niet. 😉

 

‘Ja is voor Mon ook lastig, als jij ziek wordt, want wie zorgt er dan voor hem?’ Nou….. eerlijk gezegd vond ik dat niet het grootste probleem.

Natuurlijk vind ik dat niemand beter dan ikzelf voor Mon kan zorgen, maar nog steeds is de zorg in Nederland en het omzien naar elkaar in dit land goed geregeld, dus maak ik me niet zoveel zorgen dat hij niet verzorgd of opgevangen wordt. Ik heb deze week een ander probleem: ik wilde beslist vrijdag naar de bijeenkomst van de PGGM-ledenraad  om daar mijn enthousiasme over het nieuwe forum www.wijmantelzorgers.nl te delen en dan moet ik niet nog meer gaan snotteren. Maar ondanks alle goede voornemens ging ik steeds meer hoesten.

‘Soms moet je je gewoon overgeven, heb je niet geleerd van je burn-out dan?’ Mijn vriendin weer. Tja, als je dit leest zou je denken van niet. Destijds wilde ik ook niet ziek worden, toch is het anders nu. Ik hoorde me toen regelmatig zeggen: ik wil niet onderuit gaan, want hoe moet dat dan thuis? Mon en ook mijn schoonmoeder hadden mij nodig. En mijn werk wilde ik ook goed blijven doen. Maar uiteindelijk was er – zeker na die heftige omstandigheden op mijn werk – toch die burn-out. In de psychotherapie die daarop volgde was veel aandacht voor bij mij mijzelf op de voorgrond te zetten en niet eerst datgene wat anderen van me willen of nodig hebben. Dat heeft geholpen, besef ik. Nu denk ik eerst aan een inspirerende middag die ik zelf dreig mis te lopen.

Weer geholpen door mijn eigenwijsheid regelde ik de vervangende zorg voor Mon en stapte vrijdag, hoestend en snotterend, in de auto. En met een extra glaasje water bij de hand vertel ik die middag mijn verhaal en geniet ik van alle nieuwsgierigheid tijdens de bijeenkomst waar al snel de vragen gaan over helpen, hulp bieden en wie kan wat voor je doen.

 

Ik besef wanneer ik vertel over het ongeval van Mon en hoe ons leven daardoor totaal veranderde, dat ik die vragen ook een beetje oproep. Mensen willen ook graag iets voor een ander betekenen, bieden dan hun hulp of denken graag mee over mogelijke oplossingen. Thuis hebben Mon en ik ondertussen geleerd om te wachten op elkaars vraag, niet alvast invullen voor de ander dus. Maar dat blijft lastig. Ik besefte dat een tijdje geleden zelf opnieuw tijdens een gesprek met 2 jonge vrouwen die intensief voor hun ouders zorgden: moeder in een verpleeghuis en vader 80+ nog zelfstandig thuis. Hun verhaal raakte me, maar ik wist niet hoe ik hen kon helpen. Ik wist ook niet goed hoe te reageren op hun heftig verhaal en toen ik dat zei was dat helemaal oké, zij verwachtten  ook niet dat ik hielp. Potverdorie: zat ik zelf gelijk in de hulpmodus en zag weer hoe sterk die ‘ik wil hen graag helpen bril’ kan zijn.

‘Het lijkt wel alsof u geen hulp wilt of nodig heeft? Hebt u een soort allergie tegen hulp?’ Een vraag uit de zaal. Ik nuanceer het. Ook ik kan niet zonder hulp, maar ga graag zelf op zoek naar de hulp die bij mij/ons past en organiseer die hulp dan zelf, samen met Mon. Mijn allergie zit meer in: zonder me dit te vragen al te veronderstellen dat ik hulp kan gebruiken en welke hulp dat dan is. Mij als slachtoffer te zien, dat haalt me juist uit mijn kracht.

Na afloop van de bijeenkomst rij ik – ook heel eigenwijs – bij Cora Postema langs en trakteer mijzelf (en haar) op een leuk gesprek bij haar aan de keukentafel. Mijn hoestbuien vond ze vast minder. 😉

Op weg naar huis voel ik me zieker en ellendiger worden. De combinatie vrijdagmiddagfile, hoesten en hoofdpijn, dik vest, stoelverwarming en een bijrijdersstoel met stapels zakdoekjes…het helpt niet. Ik ben hartstikke ziek. Thuis eet ik een paar frietjes en kruip op de bank. Mon heeft die avond gelukkig niet veel hulp nodig. Zijn medicatie en naar het toilet helpen kan nog net. Onder het dekentje op de bank bedenk ik: als het langer duurt kan ik de thuiszorg vragen voor extra hulp voor Mon, maar ik besluit toch om dat niet te doen. Oeps, is dit de beroemde vraagverlegenheid? Volgens mij niet, het is eigenlijk niet zo heel erg als we allebei een paar dagen in pyjama lopen.

Langzaam knap ik op en zet ik mijn nieuwe levenslessen op een rij:

  • Het is geen allergie voor hulp, maar voor slachtofferschap en betutteling.
  • Ik leer steeds beter voor mijzelf te zorgen en van mijzelf te houden.
  • Geen hulp vragen is ook helemaal oké.

En

  • Eigenwijs-zijn is zeker een kwaliteit!