Ik ben Xamantha, inmiddels 39 en ik woon met partner en 3 katten in een klein Betuws gehucht.…

MIAAAUWWW!
Ik zat achter m’n bureau toen het harde, hoge geluid mijn oren bereikte. Een dier in nood. Er bestaan weinig andere geluiden die zo onder je vel kruipen.

In dit geval zou het goed nieuws kunnen zijn.
Dat was het: de kleine zwerfkat zat in de vangkooi die we hadden laten plaatsen. Ze was er slechter uit gaan zien en we wilden haar helpen een thuis te vinden.
We belden de dierenambulance. Ze waren bezig met een spoedgeval, maar zouden direct daarna kooi plus kat op komen halen.
De kat was compleet in paniek en haar pootjes waren bebloed van het proberen te ontsnappen. Leg maar een doek over de kooi, zei de medewerker die we spraken, dan wordt ze hopelijk wat rustiger.
Ik ging naast de kooi op de grond zitten, sprak zachtjes wat geruststellende woorden en bleef toen in mijn hoofd een mantra herhalen: je bent veilig, alles komt goed.

Bram als zwerver

Ik maakte mijn hoofd leeg en zette mijn hart open.

Na een medische check, een sterilisatie, een chip en een paar dagen asiel werd ze teruggebracht. In het asiel hadden ze niet de tijd en mankracht om haar te socialiseren. Ze waren er ook niet zeker over of ze plaatsbaar zou kunnen worden.
Mijn hart brak toen ze los werd gelaten in onze tuin en direct een dikke struik in vluchtte. We beloofden haar te voeren en een oogje in het zeil te houden.

Vanaf dat moment zetten we schoteltjes voer neer bij de struik waar ze zich had gevestigd, elke keer rustig tegen haar pratend zodat ze aan onze stemmen kon wennen.
Ze wende. Vanaf een afstand zagen we haar uit de struik kruipen, het voer naar binnen schrokken en direct de veiligheid van de struik weer opzoeken.
Na een tijd ben ik op een meter afstand van de struik op de grond gaan zitten als ik eten neer had gezet. Eerst stil, later zachtjes mijn mantra herhalend. Je bent veilig, het komt goed.

Het vertrouwen groeide. Ze kwam soms naar me toe en gaf me kopjes, cirkelde zelfs om me

heen als ik daar op mijn hurken zat. Voorzichtig liet ze soms toe dat ik haar aanraakte. Dat kwam me vaak op een mep te staan, waarna ze ineen kroop alsof ik haar zou gaan slaan. Ik kan het prima hebben om gekrabd of gebeten te worden, zeker als dat uit angst voortkomt.

Ik legde een kussen onder het afdakje bij de struik om zelf wat comfortabeler in kleermakerszit te zitten. Ik kreeg nog steeds kopjes en op een gegeven moment mocht ik haar aaien.
En toen was er een moment waarop ze zomaar op mijn been klom en zich tussen mijn benen nestelde. Heel even, maar elke dag een stukje langer tot ze spinnend in slaap viel. Ze had het begrepen: ze was veilig.

Toen het kouder werd hebben we een leunstoel in ons schuurtje gezet, vlak naast het afdakje. En ook daar kwam ze, na een paar dagen aarzelen, op schoot zitten. Een binnenkat zal ze niet worden, maar ze heeft bij ons wel haar thuis gevonden.
Inmiddels ligt er een dikke wollen deken op de stoel, hebben we een kacheltje aangeschaft en een speciale kruik die meer dan tien uur warm blijft.
Het gaat goed

Met Bram in de schuur

met haar. Ze ziet er gezond uit en reageert blij miauwend als ze ons ziet. Het is een ritueel geworden dat ik ’s avonds nog een hapje kom brengen en we drie kwartier knuffelen op de stoel.

Niet alleen Bram is gebaat bij onze band, mij doet het ook enorm goed om te mogen zorgen voor zo’n kwetsbaar wezentje. Ik kan mijn zorgbehoefte en moederlijke gevoelens bij haar kwijt; het is troostend en helend om haar warmte te voelen tegen mijn buik en mijn hart.

Bram is niet de eerste kat die me geholpen heeft in een moeilijke periode.
Vier jaar geleden werd mijn oogappeltje Munchkin recht voor ons huis doodgereden. Die gebeurtenis ontwrichtte me en ik zakte weg in een depressie. Heel even heb ik me toen laten opnemen, maar al na een dag realiseerde ik me dat ik thuis wilde zijn met mijn verdriet. Dat Albert en ik elkaar daarin nodig hadden.

Rachie in het asiel

Een paar maanden later, het verdriet was nog hevig aanwezig, zag ik een oproepje op Facebook. Een doodsbang koppie keek me met grote ogen vanaf een foto aan. Het was een vriendelijk beestje, schreef het asiel erbij, maar heel moeilijk plaatsbaar omdat hij zo bang was. Wat hij nodig had was een plek waar hij zichzelf mocht zijn, bij iemand die veel geduld en liefde kon geven.
Rationeel was het voor mij veel te vroeg om al een nieuwe kat in ons poezenhuishouden op te nemen, maar mijn hart nam het voortouw en samen met een vriend haalde ik het beestje op. In de auto gaf hij een indrukwekkend concert van diep gebrom, jammerende geluidjes en geblaas. Dit is een van de redenen waarom hij nu Rachmaninov heet, Rachie voor intimi.

 Hij was inderdaad doodsbang. Toen ik de mand opende in de kamer die voorlopig zijn terrein zou zijn schoot hij onder het bed, achter een stapel dozen. We zorgden voor harde brokjes, water en zachtvoer, zetten een kattenbak in de kamer. Ik praatte nog even tegen hem: je bent veilig, het komt goed. Daarna hebben we hem met rust gelaten.

De volgende dag was het voer onaangeroerd, maar lag een kleed dat over een stoel hing op de grond. Zou hij in paniek zijn geweest?
Ik ben in ‘zijn’ kamer gaan zitten en las hem voor. Niet te hard, niet te lang, maar genoeg om hem een beetje aan mijn stem te laten wennen. Ik heb er ook rustig een tijdje zitten schrijven.

Toen we ’s avonds in bed lagen hoorden we trippelende pootjes vanuit de aangrenzende kamer. Het klonk zelfs als rennen.

De volgende ochtend lag het kleed weer op de grond en was er een speeltje verplaatst. Hij speelde!
We maakten wat meer ruimte voor hem vrij en ik probeerde hem te lokken met een speeltje aan een hengel. Heel zachtjes en voorzichtig, ik wilde hem niet bang maken. Totdat ik per ongeluk een wat snellere beweging maakte en er een pootje onder het bed uit kwam. Hij schrok er zelf van en verstopte zich weer, maar vanaf dat moment kon ik contact met hem maken door te spelen. Het speeltje aan de hengel liet ik steeds iets dichter bij mijn benen komen. Uiteindelijk liet ik het speeltje over mijn benen gaan en durfde hij over mijn benen te lopen om het te pakken. Mijn benen zaten in die periode onder de rode plekjes van zijn nageltjes. Ik weet nog dat ik bij de diabetesverpleegkundige mijn broek moest laten zakken en zij verschrikt naar mijn benen keek. Het viel gelukkig goed uit te leggen.

Rachie was in die tijd een van de weinige factoren waar ik mijn bed voor uitkwam. Hij gaf me structuur en gaf mijn dagen kleur. Natuurlijk ging mijn depressie hier niet van over, maar mijn stemming verbeterde aanzienlijk. Misschien hadden we hem toch Prozac moeten noemen…
Jullie hebben elkaar gered

Rachie nu

,

zegt Albert soms. Redden is een groot woord, maar dat we elkaar geholpen hebben staat vast.

Er is iets heel bijzonders in mijn band met dieren (en dat zal voor de meeste dierenliefhebbers gelden). Het is vriendschap zonder oordeel, het vraagt om een heel andere houding dan de omgang met mensen.

De spreuk ‘hoe meer ik de mens leer kennen, hoe meer ik van dieren houd’ onderschrijf ik niet. Ten eerste is het niet te vergelijken en ten tweede heb ik een aantal heel lieve mensen om me heen. Maar contact met dieren gaat me wel veel beter af.

Mijn punt is wel gemaakt denk ik, maar ik wil nog wel graag benoemen dat er meer van dit soort koesterkatten in mijn leven zijn geweest waar ik net zo’n bijzondere band mee had als met Bram en Rachie.