Ik ben Xamantha, inmiddels 39 en ik woon met partner en 3 katten in een klein Betuws gehucht.…

2015 was een bewogen jaar met een heel duidelijk okeepcalmmslagpunt: na 14 jaar maakte ik de overstap van een grote logge GGZ-instelling naar een kleinschalig cliëntgericht alternatief. Zo gefrustreerd en onderhevig aan protocollen als ik me voelde bij de oude instelling, zo welkom en gehoord voelde ik me bij het nieuwe centrum. Ook een tweedelijnsinstelling trouwens, wat in de praktijk betekent dat de behandeling vrijwel onbeperkt vergoed wordt en dat men opgewassen is tegen complexe problematiek.

Eindelijk gehoord en gezien worden, zorg krijgen die toegespitst is op mijn hulpvraag, in plaats van mijn hulpvraag aan te moeten passen aan een protocol…bevrijdend voelde dat!
Maar ik kwam er al snel achter dat ik me haast niet kon uiten. Tijdens de gesprekken met mijn therapeut voelde ik amper iets. Afgestompt, numb. Het lukte niet.
Op de achtergrond was mijn doodswens nog net zo aanwezig als in de voorgaande jaren. Hij groeide zelfs, want als ook deze goede hulp niets aan mijn situatie kon veranderen, wat bleef er dan nog over?

Ik uitte mijn frustratie en wanhoop in een gesprek en eindelijk kon ik wat emotie laten zien. Ik vroeg om een gesprek met de arts, hopend dat antidepressiva me zouden helpen die wanhoop te verdragen. Ik wilde het leven een laatste kans geven, er alles aan gedaan hebben voordat ik eruit zou stappen.
De arts nam ruim de tijd voor me en stelde een ernstige depressie vast. Zo gek: na jaren ervaring met depressieve klachten had ik deze depressie niet herkend. Opgesloten zitten in jezelf, geremd zijn op zo’n beetje alle vlakken van het leven, dat paste helemaal niet in mijn beeld van een depressie.
Ik kreeg behoorlijk zware antidepressiva en schrok me dood van het effect: een intense somberheid kwam met een dreun mijn hoofd binnen en op de momenten dat ik alleen was kon ik alleen nog maar janken. Doder dan dood wilde ik.
Het verhaal over hoe ik uiteindelijk bij het goede medicijn uit kwam zal ik je besparen (of lees het hier en hier), maar na een maand of twee begon ik verschil te merken. Af en toe zelfs wat hypomaan. De arts begeleidde me intensief en tegen haar kon ik volledig open zijn.

Uiteindelijk ging een grote wens in vervulling: ik mocht starten met EMDR, een traumabehandeling die je door middel van oogbewegingen helpt traumatische herinneringen te ontdoen van hun lading en ze opnieuw op te slaan in je geheugen. Vanaf hier is het eerste stuk van die behandeling te lezen.

De behandeling roept veel op en de sessies werken dagen door. Het werkt (gedeeltelijk, omdat ik een complexe vorm van posttraumatische stress heb, maar daarover later meer). Het put ook uit.

Op dit moment ben ik even helemaal op. Voor vandaag stond een sessie gepland en net als bij de vorige sessie had ik ‘m haast afgezegd omdat ik weerstand voelde. Vanuit cognitieve therapie, die ik veel heb gehad in het verleden, had ik geleerd dat weerstand overwonnen moet worden. In deze therapie (en ook in de visie van deze therapeut) is weerstand een teken dat je op je grenzen moet gaan letten. Ik heb mogen ondervinden dat ik veel meer draagkracht heb dan me altijd is voorgespiegeld, maar ik heb de laatste tijd flink gewankeld. In plaats van een EMDR-sessie hebben de therapeut en ik overlegd. Hij had de weerstand ook aangevoeld en gaf aan dat we een pauze in kunnen lassen. De komende week ga ik in de gaten houden of mijn herbelevingen en nachtmerries toe- of afnemen (op het moment dat er een sessie in mijn agenda staat, nemen de klachten toe, alsof mijn systeem zich voorbereidt en me materiaal geeft om aan te werken). Volgende week praten we verder.

Goed, tot zover mijn update. Beknopt schrijven is niet mijn talent, ik bedank je dat je mijn tekst tot hier gelezen hebt.
Tot gauw hier op het prachtig vernieuwde BroedplaatsZ!