Ik ben Xamantha, inmiddels 39 en ik woon met partner en 3 katten in een klein Betuws gehucht.…

Het is nacht en ik zit op de grond. Brokstukken puin liggen verspreid om me heen. Als de mist van gruis optrekt krijg ik een kort, helder beeld van wat tot dit moment heeft geleid. En wat de aanleiding is.

Een paar weken geleden: ik lees een bericht op twitter, over de red flags omtrent false memories. Ik herken enkele punten in mijn eigen verhaal en stik zowat in mijn woede. Ongeloof is een van mijn grootste pijnpunten, en als die punten aangeraakt worden is er zoveel angst en pijn dat Draak me de touwtjes uit handen neemt. Ze spuwt vuur naar al het gevaar. Ze beschermt wat zo kwetsbaar is. Dit is wat zij erin las, een interpretatie (!) dus:
Een lange geschiedenis van steeds wisselende therapeuten: check. Alleen al door alle wisselingen binnen een instelling heb ik veel behandelaars gehad, maar ook steeds weer ergens anders aankloppen in de hoop op hulp.
Deelname aan ongesuperviseerde zelfhulpgroepen: check. Het is maar wat je kwalificeert als goede supervisie.
Tegenoverdracht in een therapeutisch contact: check. Tranen bij een therapeut, zelden heeft iemand zo bij me door weten te dringen.
Ambivalente relatie met de dader: check. Ik zag hem dagelijks, zowel thuis als op school. We zaten ‘gezellig’ naast elkaar op de bank als er een verjaardag gevierd werd.
Oververtrouwd zijn met psychologische terminologie: check. Het ontbreekt mij niet aan interesse voor de werking van de psyche en ja, ik lees boeken. Ik verval in gesprekken, tot mijn eigen ergernis, soms in deze terminologie. Een valkuil waardoor mijn gevoelsleven toegedekt blijft – zelfbescherming.
Vergeten herinneringen: check. Op een andere manier en in een andere fase naar je eigen leven kijken levert soms nieuwe inzichten op – puzzelstukjes die opeens in elkaar lijken te schuiven. Voeg daarbij dat ik (godzijdank) dissocieerde tijdens sommige delen van mijn trauma. Soms komen er flarden herinnering terug, als je er de kracht en ruimte voor hebt.

Draak vuurt wat losse flodders en laat zich daarna in slaap sussen, maar ze slaapt altijd met één oog open.
Als ik in de dagen hierna telkens in mijn agenda zie dat de volgende afspraak bij de angsttandarts nadert, wordt ook dat ‘besmet’. Ze keek anders naar me, de laatste keer, ze was minder bezig mijn vertrouwen te winnen/behouden. We gaan tijdens deze afspraak over kosten praten en, oh god, ze denkt dat ik lieg om het vergoed te krijgen. Ik heb immers verteld dat de vorige angsttandarts torenhoge tarieven hanteerde en ik heb laten zien dat ik opgelucht was me nu niet direct in schulden te hoeven steken. Ze gelooft me niet, ik weet het zeker. Dat kan niet anders want veel angst laat ik niet zien. Die verdomde pokerface van mij.

Ik zie op tv iets over EMDR, er wordt een stukje in beeld gebracht. Een man die van top tot teen bibbert en herbeleeft. Samen met wat ik van anderen hoor over hun behandeling doet het me twijfelen aan mezelf. Ik heb in de spreekkamer dit soort dingen niet. Ik doe het fout, ik verspil de tijd van een ander. Ik zie voor me hoe de EMDR-therapeut er eens goed voor gaat zitten en tegen me zegt dat hij open kaart met me wil spelen. “Eerlijk gezegd geloof ik je verhaal niet zo”

De avond voordat ik naar de tandarts moet ben ik alleen; mijn man heeft een slaapdienst. Met heel veel afleiding kom ik vlot het eerste stuk van de avond door, maar het moment van naar bed gaan stel ik uit. Eén level van het spelletje spelen nog, eventjes een rondje social media, heel even roken nog.
Ik hul me in een wolk van rook. En daar is Draak weer. Waar rook is, is vuur. En da’s haar terrein. Ik voel haar adem in mijn nek, en hoe goed ze het ook bedoelt: ik word banger en banger. Overal leugens, overal wantrouwen. Geloof ze niet, sist Draak, er komt een moment dat ze je laten zien hoe ze eigenlijk over je denken. Ze geloven je niet. Niemand gelooft jou, en waarom zouden ze ook? Trouwens, klopt het wel wat jij je herinnert? Weet je nog, die psychose die je had en dat gesprek met die verpleger? Die vertelde je dat je geen vier dochters had, dat jij ze niet zojuist vermoord had en dat je zometeen niet voor het vuurpeleton komt te staan. De werkelijkheid kan zomaar opeens kantelen, vertrouw jezelf vooral niet.

Ik ruik vuur. Is er brand in huis? Ik ren de trap op, check de slaapkamers, de badkamer en de zolder. Voel aan spullen of ze al smeulen. Ga elke kamer opnieuw af. Waar zijn de katten? Zijn ze wel binnen, leven ze nog? Ik zie dat ze paniekerig op me reageren en de ene helft van mij weet dat ze gewoon reageren op mijn gejaagdheid, maar de andere helft heeft de overhand. Hun angst is terecht, het is hier niet veilig.
In de slaapkamer stoot ik een stapeltje boeken om. Mijn blik valt meteen op dat ene boek, “Ik heb gelogen”. Kan er de ironie wel van zien, maar Draak slaat alarm. Het is een teken. In de verte hoor ik een menigte naderen met hooivorken, leuzen, pek en veren.
Ik weet hoe ik dit kan stoppen. Heb de mesjes nog paraat. Even snijden, een beetje maar. Net genoeg om weer te landen. Maar dan realiseer ik me dat ik geen verband in huis heb en dat ik het bed schoon wil houden. Het mesje laat ik vallen. Ik wil het niet.

Nog één level van mijn spelletje. Mijn planten maken korte metten met zombies en ik speel alle levels na elkaar uit. Zit nog wat suffig te paffen tot ik een van de katten hard hoor krijsen. Ik weet dat het gewoon frustratie is van de kleine dictator omdat hij nog niet naar buiten mag, dat reageert hij af op z’n huisgenoten. Maar de schreeuw is al overgeslagen op mij en ik verdwijn in een draaikolk van rook en vuur.
Heel even sta ik bij het medicijnkastje. Als ik nou dit en dat, maar niet die… nee!
Woest trap ik Draak van me af en ik pak de telefoon. Bel mijn man wakker. Ik bibber van top tot teen en begin te huilen als ik zijn stem hoor. Kom haast niet uit mijn woorden. Help me alsjeblieft, het gaat niet meer.

Samen komen we op adem en ik kalmeer langzaam. Het helpt om even klein en hulpeloos te mogen zijn. Het helpt ook om zelf aan te geven wat ik nodig heb: vertel me hoe laat het is, welke dag, waar jij bent, waar ik ben. Help me te duiden.
Uiteindelijk besluiten we de afspraak te verplaatsen naar een ander moment en het beter voor te bereiden.

Moe slof ik naar de computer om ‘m uit te zetten en zie dat er iemand op de vloer heeft gepoept. Wasn’t me. Hoop ik.

0