Graag wil ik me voorstellen als blogger op deze website. Ik ben Chantal van Birgelen, geboren op 13…

Dagelijks ondervind ik hinder van m’n spierzwakte maar daar heb ik een goed hulpmiddel voor om het ergste op te heffen. Een armschaalrollator, zoals deze officieel heet. Ideaal om te komen waar ik wil, waar dan ook. Maar toch verwens ik hem soms naar de stort….of toch niet?

Milieustraat
Het was eindelijk zonnig en warm na een koude, natte winter. Dus een ideale dag om de handen uit de mouwen te steken. Na de verbouwing lag de tuin nog vol met troep. Een doorn in het oog voor iemand zoals ik die van een opgeruimd huis houdt.
Met een lichtgewicht steekkarretje, geleend van m’n lieve buren, had ik binnen een half uurtje alles in de auto. Rollator er bovenop, achterklep dicht en rijden maar. Op naar de Milieustraat!

Opruimkoorts
Daar aangekomen vraagt de medewerker wat ik allemaal bij me heb. Opgesomd was het gelukkig allemaal zonder bijbetaling. Dus ik kon doorrijden naar de containers. Ik bleek niet de enige te zijn met opruimkoorts. Het was er zo druk dat je nauwelijks nog een weg kon banen tussen alle geparkeerde auto’s.
Al snel komt een medewerker in een fel geaccentueerd, geel hesje naar me toe en vraagt vriendelijk of hij me kan helpen. Nou, ik als single vrouwke sla natuurlijk geen hulp af van een stoere bink! Dus ik zeg meteen: “Ja, natuurlijk. Graag zelfs!”

Ho!!
Zo fanatiek als we waren beginnen we met het uitruimen van de auto. En na een tijdje zie ik in mijn ooghoek dat hij ook mijn rollator uit de auto tilt en in de container wil kieperen.
“Ho!!! Nee!!! Niet doen!”, roep ik hem na. De wat al te fanatieke medewerker draait zich om en kijkt me vragend aan met een blik van wat hij verkeerd doet. Ik lach hem vriendelijk toe dat de rollator van mezelf is. En dat ie echt nog niet in de container mag (ook al verwens ik dat heel vaak wel).

Schaamrood
Hij kijkt me van top tot tenen aan en ik voel zijn hersens draaien en kraken wat ik als redelijk jonge griet met een rollator moet. Maar toen hij goed keek, zag hij dat ik toch niet zo heel mobiel was. Daarop zette hij het hulpmiddel op de grond, lachte met het schaamrood op de kaken zijn misstap weg en bood zijn excuses aan.
Ik zei vriendelijk tegen hem dat het niets gaf en dacht op z’n Tilburgs: “Ja jong, ge hebt gelijk. Dat ding hoort ook in de container thuis”. Want o, wat verwens ik hem zo vaak aan de straat!

We laadden de laatste rommel verder uit, ik legde m’n rollator terug in mijn auto en bedankte hem voor zijn goede hulp.

“Vriend”…
Naar huis rijdend rollen er ff wat tranen over mijn wangen. Deze kleine rotsituaties wennen nooit. Vragen schieten dan door mijn hoofd. Zal het me ooit gaan lukken dat ik hem echt nog eens definitief bij de Milieustraat kan inleveren? Dat ik nooit meer last heb van die lastige klapvoeten? Dat ik ooit weer zonder hulpmiddel kan lopen en die enorme vrijheid terug kan krijgen? De tijd zal leren wat het antwoord zal zijn. Tot die tijd zal ik die verdomde ritjes naar de fysio moeten blijven rijden, positief zijn, doorzetten om kracht op te blijven bouwen en m’n rollator als “vriend” blijven zien.

En de medewerker van de Milieustraat? Ik neem hem niks kwalijk. Zijn behulpzaamheid waardeer ik alleen maar op en top! Zeker in die kou waar ze dag in dag uit klaar staan voor ons als Tilburgse burgers. Chapeau stoere binken!

1+