Ik ben Eliane en moeder van twee kinderen. Ik heb het syndroom van Asperger en schizofrenie. Hier schrijf…

Een uur voor die tijd begint het al. Ik word zenuwachtig en ik krijg een knoop in mijn maag. Het is dan moeilijk om mijn draai nog te vinden. Waar ik mee bezig ben, maak ik af, maar ik kan mij moeilijk tot iets nieuws zetten. Ik houd ervan dat alles elke dag zo’n beetje hetzelfde verloopt, maar dat is moeilijk als ik mijn dochter van school moet ophalen en dat ze elke dag met iemand anders af wilt spreken. En als je een zoon hebt die nog op zijn gemak een potje gaat staan voetballen op het grote schoolplein Ik ga elke dag zo laat mogelijk weg, zodat ik niet heel erg lang hoef te wachten bij school. Maar ook al sta je er stipt om drie uur, de leerkrachten laten je altijd wachten. Ik voel mij totaal niet op mijn gemak bij de mensenmassa die voor het kleuterschoolplein staat te wachten. Op een paar uitzonderingen na, praat niemand met mij en het is voor mij ook moeilijk om een gesprek aan te knopen met iemand. Ik heb het gevoel dat er wel over mij wordt gepraat maar niet met mij. En dat is niet alleen op school maar ook in andere situaties.

Tegen mijn man praten mensen wel. En dan kan ik merken welke vooroordelen er nog over de psychiatrie heersen. Laatst vroeg iemand aan mijn man of ik wel intelligent was… Een kwetsender opmerking kun je volgens mij niet maken, alsof je achterlijk zou zijn als je een psychiatrische aandoening hebt.

Omdat ik zelfstigmatisering wil voorkomen, probeer ik wel de confrontatie aan te gaan met de dagelijkse dingen die voor mij lastig zijn, zoals de kinderen ophalen uit school. Soms haalt mijn man de kinderen op uit school, soms doe ik dat. Ik heb vorige week samen met de klas van mijn dochter worteltjes en bloemen gezaaid in de schooltuin en ik heb mezelf als ‘biebmoeder’ opgegeven op school. Ik hoop zo ook meer sociale contacten te krijgen en hoop dat mensen dan met mij praten in plaats van over mij. Ik wil aan mensen laten zien dat er heel veel vooroordelen heersen over de psychiatrie en dat die vaak niet blijken te kloppen. Dat mensen met een (ernstige) psychiatrische aandoening vaak een heel ‘normaal’ leven kunnen leiden. En tja, wat is normaal? Dat is ook zo’n subjectief begrip.

Desalniettemin blijf ik het heel erg vinden dat het vriendje van mijn zoon niet bij ons thuis mag spelen vanwege het feit dat ik opgenomen ben geweest, dat mensen denken dat ik niet mondig genoeg ben om antwoord te geven op de vragen die ze niet eens durven te stellen en dat mensen denken dat ik achterlijk ben. Vooroordelen en stigmatisering, we hebben nog heel wat te laten zien voordat veel mensen zullen beseffen dat cliënten in de psychiatrie vaak mensen zijn met hele mooie kwaliteiten.