Ik ben Xamantha, inmiddels 39 en ik woon met partner en 3 katten in een klein Betuws gehucht.…

Geschreven op 1 november

“Heeft u vandaag al ontlasting gehad?”
Een vraag die je doorgaans niet zo gauw in een kennismakingsgesprekje stelt, maar twintig jaar geleden had deze psychiater er geen enkele moeite mee.
Ik was opgenomen omdat ik in een crisis zat en niet meer voor mezelf durfde in te staan. Dit was mijn eerste kennismaking met de PAAZ en met het fenomeen dokter Hoes. Witte jas, vlinderstrik, receptenblok in de borstzak.
Toen ik zijn vraag ontkennend beantwoordde vroeg hij naar m’n stoelgang in de afgelopen week. Ik had werkelijk geen flauw idee, was vooral met overleven bezig geweest.
“Ik schrijf u iets voor”; hij krabbelde al iets op het blokje.
Ongeduldig luisterde hij naar mijn aarzelende antwoorden toen hij had gevraagd hoe het verder met me ging. Of ik gespannen was?
Dat was ik. Nog een krabbel erbij.
Toen ik na een paar weken de PAAZ verliet slikte ik een aardige batterij aan kalmerende, antidepressieve, antipsychotische en natuurlijk ook ontlastende middelen.

In de twintig volgende jaren zijn benzodiazepinen (de kalmerende middelen) een vaste factor in mijn dagelijks leven geweest. Sommige artsen hamerden op afbouwen, andere waren vlotte voorschrijvers. En ik? Ik durfde niet meer zonder en leerde strategieën om telkens toch dat receptje te krijgen. Tuurlijk wist ik dat ik er afhankelijk van was geworden, en realiseerde ik me dat geen enkele van deze pillen bedoeld was voor langdurig gebruik. Maar ze boden houvast, waren mijn dempers als het leven me overspoelde.

Toen ik bij mijn huidige behandelaars aanklopte noemde ik ‘medicijnen afbouwen’ als een van mijn doelen. Heel eerlijk: ik zei het vooral om over te brengen dat ik gemotiveerd genoeg was.
Uiteindelijk werd het toch een onderwerp waar ik met mijn huidige GGZ-arts over praatte. Stilaan merkte ik ook dat het toch wel een wens was. Om praktische redenen, bijvoorbeeld omdat ik graag ooit een rijbewijs wil halen. En om de grote frustratie dat ik ook met grote hoeveelheden paardenmiddelen slapeloos bleef. Mijn systeem reageert nauwelijks meer op middelen die eindigen op -pam.
Dat ik afhankelijk (een eufemisme voor gewoon hartstikke verslaafd) ben geworden staat als een paal boven water. Al bij het ontbijt slik ik een dosis om te voorkomen dat ik ga trillen of andere onttrekkingsverschijnselen krijg. En mijn lijf geeft steeds vroeger aan dat het tijd is voor de volgende pil. Dingen waar je me zelden over hoort, simpelweg omdat ik me er heel erg voor schaam. Het mag dan het initiatief van een psychiater zijn geweest om te beginnen, ik heb het toch echt zelf mede in stand gehouden.

De afgelopen tijd heb ik geprobeerd mijn slaapmedicatie af te bouwen. Ben me kapot geschrokken van de heftige fysieke reacties op piepkleine minderingen. Ik ben het veel minder de baas dan ik dacht. En dat past niet meer in het herstelproces waar ik zo hard aan werk.
Uiteindelijk ben ik met m’n arts om de tafel gaan zitten. In overleg met verslavingszorg ontstond er een plan om onder begeleiding niet alleen te minderen, maar om de hele verslaving (geleidelijk) de deur uit te werken. Ik heb er een tijd over nagedacht en gisteren heb ik ja gezegd. Op dit punt in mijn leven én met de goede vertrouwensrelatie met de arts is dit de stap die ik wil zetten.
Het wordt een flink traject en het houdt ook in dat ik voorlopig stop met de traumaverwerking. Eén proces in uitvoering is meer dan genoeg.

Ik heb hoop en vertrouwen, maar ik ben ook ontzettend bang.
Op de vraag of ik al ontlasting heb gehad kan ik nu ja zeggen. Zeven kleuren stront.