Ik ben Xamantha, inmiddels 39 en ik woon met partner en 3 katten in een klein Betuws gehucht.…

Het is donderdag en ik zit doodmoe bij te komen van een flinke terugval.
Vanmorgen heb ik samen met Albert geprobeerd een reconstructie te maken van wat er de afgelopen dagen eigenlijk gebeurd is. Maar omdat hij een deel van die dagen op z’n werk was, blijven er stukken blanco.

Wat ik weet is dat ik vrijdag, de dag na mijn vorige, lyrische blogpost erg hyper was. Veel willen, veel plannen maken, dingen maar half doen. Zaterdag en zondag kon ik haast mijn bed niet uit en voelde ik hoe somberheid het overnam van enthousiasme. Maar de momenten dat ik wel uit bed kon was ik actief. Ik schreef meerdere brieven, printte en verstuurde bestanden voor een penvriend, was actief op social media. Op die momenten was er niets aan de hand. Geen idee of ik iets wegdrukte of dat ik me echt okay voelde.

De dagen erna herinner ik me nauwelijks. Een zin uit een liedje komt in me op: “één helft komt niet op toeren, het andere teveel”. Best toepasselijk, die woorden komen uit ‘Ik wil niet dat je weggaat’. Ik was hartstikke weg maar had het niet door. Achteraf hoor ik dat ik oud gedrag vertoonde. Hard om hulp roepen, grote plannen maken om de leegte mee op te vullen. Vergeten te eten en daarna mijn glucosespiegel naar bizarre hoogtes jagen door de ene eetbui na de andere, zonder me daar bewust van te zijn. Schrok me lam op de momenten dat ik die spiegel ging meten. Geen lucht meer krijgen omdat ik met iets eetbaars in m’n mond in slaap was gevallen. En tussendoor heel gewone momenten waarop ik contact had met vrienden. O, en het meest herkenbare oud gedrag: compleet gefixeerd raken op een verandering in uiterlijk en daar direct gehoor aan moeten geven. Zo zat ik opeens bij de kapper, liet ik plaatjes zien van wat ik wilde en kwam ik jankend thuis met een kapsel dat inderdaad om te janken was. Ik liet me met heel veel moeite sussen door Albert om te wachten tot de volgende dag en terug naar de kapper te gaan. Ik maakte er grapjes over op internet, maar ik had wel degelijk de tondeuse klaar liggen.

Gisterenmorgen zat ik volkomen helder een mail aan mijn therapeute te schrijven. Een positief bericht over voortgang in m’n traumabehandeling. Dat het zwaar was en spanning gaf, maar ook dat ik het aardig op kon vangen.
Op dat moment kwam er een sms binnen van een vriend, met het dringende verzoek direct contact op te nemen met een hulpverlener. Nijdig werd ik ervan, want voor mijn gevoel had ik alleen ergens geschreven dat ik me ontzettend rot voelde over het kappersfiasco. Hoe haalde hij het in zijn hoofd om te bepalen of ik hulp nodig had? Ik schreef een boos bericht terug.
Ik maakte de brief af en app’te een andere vriend over het rare berichtje. Las wat bezorgdheid in zijn antwoord, maar niet alarmerend. Prima gesprekje, fijn om even te kunnen spuien en zoals altijd ook wat grapjes over en weer.

Daarna ben ik maar eens gaan kijken op facebook en twitter, wat had ik daar nou eigenlijk geplaatst? Schrok me rot van wat ik las. Over draagkracht die op was en over voor altijd willen verdwijnen. Met een hele reeks bezorgde reacties van vrienden. Shit! Ik herkende mezelf er niet in, of beter gezegd: ik herkende de persoon die ik nu ben er niet in. Maar ik herkende wel degelijk de radeloze uitingen die ik jaren geleden soms uitte, het stukje ‘ik’ waarvan ik dacht dat het helemaal verdwenen was. Ik schaam me diep en realiseer me dat ik hier iets mee moet. Blijkbaar verzet een deel van mij zich tegen de vooruitgang, uit doodsangst. Zo sterk zelfs dat het de regie overneemt. Ik kan er weinig anders van maken dan dissociatie.

Uiteindelijk ben ik, samen met Albert want in m’n uppie durfde ik niet, terug gegaan naar de kapper en kwam ik thuis met een kapsel dat me wél bevalt. Was nog wel erg duf en warrig.

Vandaag is het een nieuwe dag en ik voel me redelijk. Vanmiddag therapiehuiswerk gedaan en daar hard bij gehuild, wat erg opluchtte. Ik pak de draad weer op en neem deze terugval in m’n achterhoofd mee als een waarschuwing.
Zometeen kook ik een makkelijke maaltijd voor mezelf en ga ik wat netflixen tot Albert thuiskomt uit zijn avonddienst.
Ik ben er weer.

PS: ik realiseer me opeens een verschil met vroeger: toen sneuvelden er vriendschappen en ontstonden er ruzies als ik ‘zo’ was. Nu is er bezorgdheid en steun, en zie ik ook dat er vrienden zijn die me ook in die periode niet hebben laten vallen. Ik ben ze dankbaar. ♥

0