“Wat doe jij nou eigenlijk de hele dag?” Dat is een vraag die ik veel hoor van mensen…

Heeft er ooit iemand tegen je gezegd  dat je een probleem moet oplossen zonder aan je te vragen of jij het überhaupt wel een probleem vindt?

Heb je ooit meegemaakt dat mensen je een probleem toeschreven waarvan je zelf niet wist dat het een probleem is? Nee? Prijs jezelf gelukkig! Ja? Dan zul je daar vast een bepaald gevoel bij hebben gehad.

Autisme is geen probleem; Autisme is – in mijn visie- een vorm van neurodiversiteit die zorgt voor een andere manier van informatieverwerking. De waarneming van mensen met autisme strookt niet altijd met wat de meerderheid van de mensen zonder autisme verwacht Maar is de waarneming of daaruit voortkomende oplossingsstrategie  hierdoor minder, slechter of niet acceptabel? Ik prefereer “anders”!

Soms ontstaan situaties rondom mensen  met, en zonder autisme die buitengewoon ingewikkeld kunnen zijn voor hen, maar vooral ook voor de omgeving…maar ja wie heeft er nu het probleem? Goed om hier zo af en toe bij stil te staan.

Onlangs werd ik gevraagd om mee te denken bij een man ( laat ik hem Joost noemen) met “ernstige verstoringen in het dag en nachtritme”zoals in de aanvraag stond omschreven. Joost was s’avonds moe en nam niet graag deel aan avondactiviteiten “hij vermeed sociale situaties “, maar bleef liever op zijn kamer.

Toen ik tijdens de anamnese aan Joosts persoonlijk begeleider vroeg of hij al eens met Joost had gesproken over de reden van zijn afwezigheid bleek dit niet geval. “ik snap het wel vanwege zijn autisme”gaf de begeleider aan.  Nou…. eerlijk gezegd snapte ik het niet helemaal. Joost was niet gehoord voordat een vraag werd weggelegd. Wie heeft er een probleem…Joost of zijn begeleider?

Denken vanuit  slechts een diagnose is denken vanuit pathologie. Denken vanuit het mens zijn ( in dit geval Joost; een mens met een andere vorm van informatieverwerking die mensen zonder autisme , autisme hebben genoemd) schept ruimte voor een dialoog. Een dialoog die in deze situatie helaas vergeten was.

Bij navraag bleek Joost inderdaad vrij vroeg op te staan: 5 uur want dan kon hij rustig zijn dag opstarten in zijn eigen tempo. Tja en s’avonds….samen “goede tijden slechte tijden” kijken bleek gewoon niet zo zijn ding. Joost ging liever vroeg naar bed om s’ochtends weer vroeg op te staan.

Dus wie had er nu een probleem?

Femke van de Pas

Logopedist/ autismeconsulent

Amarant groep