In augustus 2018 ben ik gestopt als deelnemer van BroedplaatsZ. Dank voor het plekje dat ik hier heb…

Kater Het gaat slecht de laatste maanden. Voor een deel functioneer ik nog en kan ik het nog opbrengen mijn nest uit te komen, maar ik voel me al een hele poos dood vanbinnen. Ik onderneem dingen, vecht hard om in de donkere wolk lichtpuntjes te vinden. En soms, heel soms zijn dingen nog fijn. Het allermoeilijkst vind ik het sociale leven. Ik faal aan alle kanten, laat niets van me horen en stel het antwoord op “hoe is het met je” zo ver uit dat ik bang ben daarmee de zoveelste vriendschap naar de kloten geholpen hebben. Sorry Eelco.Ik ben met mensen die me dierbaar zijn. Ik voel liefde, affectie, maar er hangt een dof grijs gordijn tussen mij en de ander, ik kan me niet uiten zoals ik wil. Ik voel me opgesloten in mezelf. En al die tijd was daar Munchkin, mijn asielkater. Op schoot komen terwijl hij dat anders alleen bij Albert doet. Naast me op mijn hoofdkussen gaan liggen, zodat ik met mijn neus in zijn vacht op het ritme van dat spinnende buikje in slaap kan vallen. Me uitdagen om te komen spelen als ik verdrietig ben. En schattig zijn, vooral heel schattig zijn. “rrrr!” zeggen, elke keer als je de kamer in komt. Zijn speeltjes liefdevol wassen en mijn handen ook. Zo genieten van een knuffelbeurt dat hij ervan gaat kwijlen. De krant als speelobject. Vanmiddag ging de bel, meerdere keren, dringend. Eigenlijk doe ik de deur niet open als ik alleen thuis ben.Buurvrouw aan de deur. Dat er een dode kat op straat ligt en dat ze denkt dat het er een van mij is. Munchkin op straat, zoals ik hem daar al zo vaak heb zien liggen, bij de drempel voor onze voordeur. Zich koesterend in de zon en genietend van de warme straatstenen.De straat is nat vandaag. Regen en bloed. Ik ga huilend naast hem op de grond zitten, aai zijn buikje, voel hoe warm hij is. Maar een hartslag of ademhaling vind ik niet. Dat kan ook niet: ik heb zijn kopje gezien. Zijn favoriete dekentje gepakt en hem naar binnen gedragen. Ik heb zijn lijfje geaaid en geborsteld en tegen hem gepraat tot ik voelde dat hij weg was. Slaapwel lieve kleine. Nadat Albert thuis gekomen was en we samen heel hard gehuild hebben, hebben we gezorgd dat Munch zo snel mogelijk naar de plek gebracht werd waar goed voor hem gezorgd wordt. Daarna heb ik mijn noodmedicatie aangebroken en ben ik in slaap gevallen. Nu is het 6 uur in de ochtend. Dromen, telkens dat moment. Ook nu, wakker, komt dat kopje steeds met een knal op mijn netvlies. Het gaat niet goed, ik begin mezelf te verliezen.Waarom is het toch zo verdomde moeilijk om hulp te vragen???

0