Van onmacht naar kracht en balans Mijn naam is Marjo Brouns. Ik ben al een aantal jaar mantelzorger,…

“Hoe is het met je man? Het was altijd zo’n leuke vent, je kon altijd zo vreselijk met hem lachen! ” zegt vriend B. op een feest. Een feest waar ik alleen – zonder Mon – ben. Vriend B. heeft Mon sinds zijn ongeval in 2008 niet meer gezien. Die laatste zin ging meer richting zijn nieuwe vriendin L. Ik ontmoette L. vanavond voor het eerst. “Het is nog steeds een leuke vent,” reageer ik. Oeps, hij realiseert zich wat hij zei en een dikke sorry volgt. Ik moet er om lachen en ben eigenlijk ook stiekem een beetje trots dat de bedoelde leuke vent mijn echtgenoot is.

We hebben een leuk gesprek: de nieuwe vriendin L. combineert 2 banen in de zorg: als begeleider van verstandelijke gehandicapten en de andere baan in de verslavingszorg. De combinatie is zwaar, maar ook complementair. De baan in de verslavingszorg trekt het meest, ze heeft het gevoel dat ze voor deze mensen echt iets kan betekenen. Bij de verstandelijk beperkte mensen ziet ze niet altijd reactie of waardering voor wat ze doet. Dat vindt ze lastig. Ik vertel over hoe ik mijzelf leerde waarderen: We bouwden 16 jaar geleden een zg. kangoeroewoning, een woning voor ons gezin en met een geïntegreerd appartement voor mijn schoonouders. De zorg voor mijn schoonouders was op die manier dichtbij. Wat ik toen bijvoorbeeld moeilijk vond was dat mijn schoonmoeder nauwelijks dank-je-wel zei wanneer wij haar hielpen. Ik had tijdens mijn jeugd geleerd hoe belangrijk het is om je waardering (voor hulp in dit geval) te laten blijken. Voor mijn schoonmoeder was het echter vanzelfsprekend dat kinderen later voor hun ouders zorgen, daar hoef je niet voor te bedanken. Op enig moment heb ik tegen mijzelf gezegd: “Kijk eens was je allemaal voor haar doet, dat is best heel veel.” Dat gaf ook een soort rust bij me. Ik vond het daarna nog steeds niet leuk dat ze me niet met een dankjewel haar waardering gaf. Maar het deed geen pijn meer en ik ben daarmee ook gaan zien dat het mijn normen en waarden waren, die ik daar van haar verwachtte. Ik besefte intens hoe verweven je met je eigen normen en waarden bent en dat je deze vooral niet van anderen kunt verlangen om deze te volgen.

L. en ik spraken over de grote verschillen in betrokkenheid van familie bij de zorg en over de passie die ik ook weer bij haar zie. Ik ontmoet veel mensen uit de zorg- en welzijnssector en kan erg genieten van de passie die ik bij deze professionals vaak zie. Bewondert ook hoe ze vaak balans weten te houden tussen die passie en de complexiteit van het zorgsysteem en van hun organisatie. Ik leerde na het ongeval van Mon de zorgsector intens kennen: het is een complexe maar ook een mooie wereld, deze sector.
Ik vertel L. meer over Mon en wat gebeurd is. Ze vindt me een wijze vrouw. Wijs? Dat weet ik niet, ik zie mantelzorg eerder als de meest intense levensles die je vooral ook veel zelfinzicht geeft. Maar ook hoe je leert je veerkracht te vergroten en te accepteren dat het leven is zoals het is. En hoe je leert te genieten van andere dingen en je ontdekt dat kleine andere-samen-dingen doen ook prima zijn.

Ik ontmoet op het feest ook een paar oud-collega’s. Ze hebben wel iets gehoord over wat er met Mon is gebeurd, maar hoe en wat is weten ze niet meer. Ik vertel over thuis, over mijn blogs, verhalen en lezingen. Ik zie bewondering en ongeloof in hun ogen maar ook angst en vragen als hoe ze zelf zullen reageren als hen zo iets dergelijks overkwam.

Niet alleen wegens op-hoge-hakken-en-een-hele-avond-staan ga ik op tijd naar huis. Onze buurvrouw is bij Mon vanavond. Mon kan niet alleen blijven en als ik van huis ga, zoals vandaag, is het meestal de buurvrouw die dan bij ons thuis op de bank zit. Ze is vertrouwd met ons, ons huis en onze zorgsituatie. De komende week ben ik weer 3 dagen van huis: twee congressen en een zorgproject. En dan is zij weer bij Mon en helpt hem met wat hij nodig heeft. “Voel je je niet schuldig wanneer ze zo vaak oplet?” vraagt L. Nee, het is geen schuldgevoel, niet meer. Ik praat er regelmatig met haar over en steeds blijkt: mijn buurvrouw helpt ons graag.

Op weg naar huis liggen de schoenen op de bijrijder-stoel en geniet ik nog na van het leuke feest. Een goede vriendin werd 50, feest dus. Ik ben ruim 20 jaar met haar bevriend en tussen onze mannen klikt het goed. Voor het ongeval waren we vaak samen. Altijd gezellig, bourgondisch, intens en met veel lachen ook. Dat gaat nu niet meer, Mon kan dat niet meer. Ik vond het na het ongeval moeilijk om alleen naar dergelijke feesten te gaan, feesten die ik eerder met Mon samen deed. Dit keer was het anders: ik reed niet met dikke tranen over mijn wangen naar huis. Ik keek terug op een mooie avond.

Zo’n feest als dit laat me zien hoe anders ons leven werd. Eerder kon ik het moeilijk hebben en dacht: Waarom is ons alle moois afgenomen, waarom is mij dit overkomen enz.? Dat gevoel is er niet meer. Het is nu vanzelfsprekend dat we andere samen-dingen doen. Bezoek komt bij ons thuis en in plaats van uit-eten met vrienden zitten we nu op zondagochtend in een hotel met toekan op het dak aan het ontbijt. Waar ik eerder dacht: Jeetje wat is ons leven veranderd, denk ik nu: Oh ja, hún leven ziet er anders uit.

Ik heb genoten en denk terug aan de woorden van B. En bedenk dat zulke woorden vlak na t ongeval vooral als kwetsend en pijnlijk waren. Nu moest ik er om lachen en heb zonder pijn kunnen reageren. Ik voel de groei die ik doormaakte, de weg die ik liep en nog steeds loop.

Mantelzorg is een intense levensles. Het is – voor mij – een weg van onmacht naar kracht en balans, soms met hobbels of zelfs met steile hellingen, maar vooral ook met regelmatig de wind in de rug.
Ad 1) je leest meer over samen leven met mijn schoonouders in een huis in mijn blog Living-Apart-Together

0