** Op 12 juni 2013 heeft Elmira in allerust en op een waardige manier afscheid genomen van het…

Iedereen is wel eens boos. Bij de een uit zich dat in een fikse vloekpartij. Een ander gooit een beker stuk. En bij sommige mensen slaan de stoppen door. In de media hoor en lees je vaak in geuren en kleuren welke (vermoedde) psychiatrische stoornis een dader heeft. Borderline en autisme worden vaak benoemd.

Nou weet ik niet welke diagnoses mijn buurvrouw heeft, maar dat ze psychisch labiel is, dat staat buiten kijf. Woedeuitbarstingen die uit het niets lijken te komen. Verbaal agressief naar haar vriend als dingen haar niet zinnen. Lastig, vooral voor haar. Het lijkt me niet dat ze dat voor de lol doet.

De afgelopen dagen ben ik direct geconfronteerd met haar agressiviteit. En dat gaat me niet in de koude kleren zitten. Het begon toen ik donderdag met een collega de deur achter me dicht deed en de trap afliep. We waren halverwege toen de buurvrouw in de hal tegen ons begon te schreeuwen dat we de deur niet zo moesten dichtslaan. Mijn collega keek me onthutst aan. Want zo hard was de deur niet dicht gegaan.

Later die avond gooide de buurvrouw zelf een flink aantal keer met de deur. En kreeg ik een brief in de bus. Een A4tje vol met wat ik haar allemaal aan deed. Dat ze gek werd van mijn gesmijt met deuren. En dat een vriend van mij haar zou begluren. Dat ze speciaal daarom vorige zomer een partytent op het balkon had gezet, zodat hij haar niet goed zou kunnen zien. Dat haar broer mijn vriend wel een lesje zou leren. En heel apart, als laatste alinea, dat ze mij lief vond en om me gaf.

Die nacht heb ik nauwelijks geslapen. Bang dat ze woord bij daad zou gaan voegen. Vrijdag heb ik dit voorval gemeld bij de wijkagent. Die belde me vanochtend. Ze zou de buurvrouw in brengen bij de buurtregie. Ik stemde daar volledig mee in. En vond het toen niet nodig om er verder werk van te maken.

Nadat ik boodschappen had gedaan, kwam ik toevallig haar vriend tegen. Ik begroette hem en vroeg hoe het met de buurvrouw ging. Hij wist al dat ze mij een dreigbrief had gestuurd. En vertelde dat ze een heel naar verleden had en dat ze zware medicatie slikte. Dat hulpverlening haar in de steek had gelaten. Tja, dacht ik. Mijn verleden is ook niet echt rozegeur en maneschijn, maar ik ga geen dreigbrieven door de brievenbus gooien. Ik zei dat ik rekening zou houden met het dichtdoen van de deur. Kleine moeite, toch.

Een paar uur later ontplofde de situatie. De vriend had verteld dat hij met mij gesproken had. En alleen al dat feit, was voor de buurvrouw reden genoeg om schreeuwend een tirade af te steken en langdurig op de bel te drukken. Mijn zoon zat op de bank met zijn Nintendo te spelen en keek mij vragend aan. Ik zei dat hij gewoon zijn spelletje moest uit spelen.

En ik ging vervolgens toch naar de deur. Toen ik die opendeed, stond de buurvrouw met een hamer voor de deur. Gelukkig stond haar vriend tussen ons in. Ik kreeg een scheldkannonade over me heen. “Je bent een kutlesbi. Ik maak je dood”. Uiteindelijk ging ze briesend haar huis terug in. En gooide ze enkele minuten later haar vriend met veel tamtam het huis uit. Zoonlief was inmiddels buiten gaan spelen. En ik zat huilend op de bank.

Ik voelde me ontzettend bang, bedreigd, bezorgd om mijn kind. Dat ze mij wat aandoet, kan ik nog wel hebben. Maar ze moet echt niet aan mijn zoon zitten. Inmiddels heeft ze me een aantal smsjes gestuurd. Dat ik er nou voor heb gezorgd dat haar vriend bij haar weg is. En nog wat dingen die ik hier niet zal herhalen.

Ik heb de politie weer gebeld. Die komen morgen langs. Tot die tijd hoop ik dat het rustig blijft.

0