Van onmacht naar kracht en balans Mijn naam is Marjo Brouns. Ik ben al een aantal jaar mantelzorger,…

Ouderdom komt met de gebreken. Een wijs gezegde en het klopt vaak. En over die gebreken maken we ons natuurlijk zorgen. We willen graag zo goed mogelijk voor onze ouders zorgen, net zoals zij steeds voor ons hebben gedaan. Mijn man en ik hebben niet op deze gebreken willen wachten. We kozen ruim 17 jaar geleden voor samen te leven met zijn ouders en bouwden een zg. kangoeroe-woning. Dat is een combinatie van twee zelfstandige woningen die met elkaar verbonden zijn via een gezamenlijke entree. Er is een hoofdwoning en een zg. buidelwoning, in ons geval een woning met 2 verdiepingen en een inpandig appartement.

In hun wijk was een bouwkavel te koop………we gingen kijken en eigenlijk hebben we niet lang nagedacht; de keuze voor een kangoeroewoning werd snel gemaakt. Toen de bank en de gemeente meewerkten, was onze keuze definitief. Met één huisnummer voor ons samen op het nieuwe adres, maar daar konden we wel mee leven.

In 1998 verhuisden we. Zijn ouders verlieten een huis uit 1930, dat was weliswaar een paar keer verbouwd, maar uiteindelijk werd het onderhoud van het huis en de grote tuin te veel. Mon en ik woonden in een mooie nieuwbouwwijk in ons geboortedorp en waren na 15 jaar toe aan een verbouwing van onze woning. Investeren dus, verbouwen of toch nieuw bouwen…? Mon is enig kind en de latere zorg voor zijn ouders lag heel duidelijk bij ons. Wat is er dan praktischer dan dat zij, op dat moment, dichtbij wonen? En voor pa en ma was het een hele geruststelling: als een van hen beiden later alleen achterbleef, dan was die niet helemaal alleen. Een kangoeroewoning dus.

Met zo’n kangoeroewoning is het zeker anders dan wanneer je je ouders in huis neemt, we leven gescheiden en ook bij elkaar. In ons huis is achter de gezamenlijke voordeur op de gang een deur naar het appartement en een deur naar ons eigen woongedeelte. Verder is er een trap naar onze bovenverdieping met onze slaapkamers en badkamer. En een trap naar de kelder met de wasruimte, die we deelden. Het gelijkvloerse appartement geeft de mogelijkheid om geheel zelfstandig te leven en beschikt o.a. over een grote woon- en leefruimte. De aparte achteringang is aan de zijgevel gesitueerd en nodigde bezoek aan mijn schoonouders uit om achterom te lopen. In de tuin bij het huis was een apart gedeelte voor de bloemen, potten en perkjes voor mijn schoonmoeder en achteraan in de tuin een kleine moestuin voor pa.

In het begin waren mijn schoonouders nog erg actief. Pa had veel plezier aan zijn nieuwe moestuin en de contacten in de buurt. En ma was actief in huis, de bloemen in de tuin en hielp ons bij ons drukke leven. Ze hielp met ramen-lappen, de was strijken, ze naaide en verstelde (onze) kleding enz. Als Mon en ik overdag naar het werk waren, dan was altijd iemand in huis, dat was een fijn gevoel. En als ik later thuis kwam van mijn werk of ’s avonds van huis ging, dan kookte ma ook voor ons een heerlijke maaltijd. We genoten allemaal van dit nieuwe leven samen. Heerlijk uniek was het om op zondagmorgen (meestal nog in pyjama) bij mijn schoonouders te genieten van koffie met vlaai. Ik denk er nog vaak aan terug.

Hoe anders liep het allemaal. Pa werd één jaar na de verhuizing ernstig ziek en moest enkele zware operaties ondergaan. Na 9 weken in het ziekenhuis kwam hij thuis, hij knapte heel langzaam op en genoot nog een aantal jaren van zijn moestuin. Begin 2004 werd pa opnieuw ernstig ziek en hij overleed in het voorjaar. Achteraf gezien was het heel fijn dat we ook – in ons verdriet – zo dicht bij elkaar leefden.

We pakten de draad weer op. Ik bracht mijn schoonmoeder iedere morgen de krant en maakte een praatje voordat ik naar mijn werk ging. We wilden al langere tijd een hondje en dat deden we in 2007. Mijn schoonmoeder had zo gezelschap overdag. De hond werd haar trouwe vriend en zij, zij zong kinderliedjes voor hem.

En weer liep het allemaal anders dan gedacht…..In 2008 kreeg Mon een ongeval in huis en raakt deels verlamd. Toen hij na een klein halfjaar uit revalidatiekliniek weer thuis kwam, was zijn moeder overdag in de buurt en kon hem helpen met zijn dagelijkse dingen en de zorg. Zo kon ik met een gerust hart naar mijn werk. De mantelzorg zoals we die verwacht hadden, werd dus als het ware omgedraaid.

Toen ma hulpbehoevender werd, hielpen we haar zoveel als mogelijk om zelfstandig te blijven. Ik deed met haar samen de boodschappen, maar tot op hoge leeftijd liep zij zelf met haar boodschappenlijstje en winkelwagen door de supermarkt en rekende zelf aan de kassa af. De buurvrouw hielp haar een handje in huis, in het begin af en toe, later steeds vaker. Een knop van een draadloze deurbel bij haar op het nachtkastje (en bij ons op de slaapkamer de bel) gaf rust voor ons alledrie. Het laatste jaar at ze doordeweeks bij ons. Dat is dan weliswaar een privacy-moment, dat naar het acht-uur-journaal schuift, maar na het eten deelden we de mooiste momenten met haar: de I-pad lag dan op tafel en samen keken we naar foto’s, stambomen en bidprentjes van vroeger. We luisterden dan naar alle familie-verbanden, verhalen en anekdotes die ze wist van mensen uit het dorp. Een nieuw rustmoment van de dag. En achteraf gezien een mooi laatste jaar met haar.

Want weer ging het anders dan gedacht……Vlak voor Kerst in 2011 duwde mijn schoonmoeder ’s nachts op de knop van de bel. Ze was niet lekker, helemaal niet lekker. Even naar het toilet, terug in bed en…….…weg was ze….….weg uit dit aardse leven. Weer was er dat verdriet en opnieuw stond ons leven op z’n kop.

De zorg voor mijn schoonmoeder, naast de zorg voor Mon en mijn fulltime-baan was niet altijd eenvoudig. De mantelzorg voor mijn schoonouders hadden we samen willen doen, dat liep anders. Ik deed alle doe-dingen terwijl Mon vooral geduld met haar had. Ik heb wijze lessen gehaald uit dit leven samen. Ik leerde mijn ongeduld vaker aan de kant te zetten en ik realiseerde me steeds beter dat mijn schoonmoeder moeite had met het feit dat ze grip verloor. Grip om dingen te blijven begrijpen en zoveel mogelijk te blijven doen.

Wij maakten deze keuze destijds. Ik krijg er regelmatig vragen over: of dat niet lastig is je schoonouders zo dicht bij je. Raakt je je privacy niet kwijt? Jullie hebben geen kinderen maar met kinderen deed je dit vast niet….…dat weet ik niet: enerzijds is er natuurlijk de kans op bemoeienis bij de opvoeding, anderzijds hoeveel jonge ouders vragen hun ouder niet voor de opvang van hun kinderen? En grootouders willen immers ook zoveel mogelijk genieten van hun kleinkinderen. Is dat werkelijk zo verschillend met verder van elkaar weg wonen?

Ja, je levert zeker een deel van je privacy in. Daar bleven we steeds alert in, wij en ook zijn ouders. En je kunt ook onderlinge afspraken maken: zoals niet met bezoek bij de ander onverwachts binnenlopen. Of afspraken over wie wanneer de was doet en nog meer van die dingen.

Ik kan niet voor een ander beoordelen of je dezelfde keuze moet/kunt maken. Daarvoor is elke (familie)situatie anders. Zoals ik er nu – voor ons – op terugkijk heb ik geen spijt van dit samenleven. Het was zeker wennen en niet altijd eenvoudig voor me, maar tegelijkertijd leerde ik veel wijze lessen over mijzelf en over mijn benadering naar anderen. In moeilijke tijden waren we dicht bij elkaar, dat had ik niet willen missen.

En nu? Het appartement staat leeg. Soms logeert er familie of vrienden, maar de meeste tijd is het stil en leeg. We kunnen zelf het appartement in gebruik nemen of verbouwen om zo gelijkvloers te gaan wonen. Met het handicap van mijn man en ons eigen ouderworden is dit geen vreemd vooruitzicht. Maar er zijn zoveel meer mogelijkheden. We zijn er nog niet uit, we nemen de tijd en zien wel.

Ouderen horen langer zelfstandig te wonen, dat zegt de overheid. Want de zorg is onbetaalbaar, zegt de overheid. Kangoeroe-woningen kunnen een heel goede nieuwe woonvorm zijn in deze tijd van langerdoorwerken, hogere arbeidsparticipatie aan de ene kant en de toenemende vergrijzing aan de andere kant. Het is eigenlijk helemaal geen gek idee. Natuurlijk met alle voor- en nadelen, met onderlinge afspraken en met elkaar de ruimte geven. Het hoeft daarbij niet altijd om hulpbehoevende ouders en hun verzorgende kinderen te gaan. De jongere generatie is maar al te vaak “oppashulpbehoevend”.

Samen en toch apart, volgens mij een bijzondere uitdaging en mooie, grote kans voor de woningmarkt in ons land, misschien zelfs voor ons gehele samenleving. Ik ben benieuwd……

0