Ik ben Eliane en moeder van twee kinderen. Ik heb het syndroom van Asperger en schizofrenie. Hier schrijf…

Afgelopen dinsdagochtend… Het gaat niet echt lekker met mij. Ik heb het gevoel dat ik meer stapjes achteruit zet dan vooruit. Als ik mijn crisissignaleringsplan erop na sla, staat daarin dat sporten helpt om de ergste spanning te ontladen. Ik ga badmintonnen met een verpleegkundige. Het doet me goed dat dit allemaal kan op de gesloten afdeling. Nou ligt de sportzaal buiten de afdeling maar er is voldoende personeel zodat er een verpleegkundige met mij mee kan. Ik merk dat flink met die racket meppen helpt om mijn boosheid te ontladen. Als we midden in het spel zitten, komt de psycholoog van de afdeling de sportzaal binnen.

Ik heb zoveel psychologen in mijn leven gezien dat het niet meer op één hand te tellen is. De meeste psychologen die ik gezien heb, verstonden naar mijn idee hun vak niet goed. Er waren er een paar bij die ermee door konden, maar deze psycholoog is echt goed. Ze heeft in een korte tijd zo’n goed en accuraat beeld van mij gekregen, terwijl ik toch echt niet het achterste van mijn tong liet zien, dat ik dat prijzenswaardig vind.

Als ik zie dat ze de sportzaal binnenkomt, schrik ik toch wel even, aangezien ze daar nooit komt. Omdat ik de enige cliënt in de ruimte ben, komt ze voor mij. Ze gaat op een bankje zitten en vertelt dat ze de hele ochtend bezig is geweest om te kijken of ik toch naar de open afdeling oftewel Centrum voor Veerkracht en Stabiliteit kan, en dat het gelukt is om half drie die middag een intakegesprek te regelen voor mij. Beng! Dat nieuws slaat bij mij in als een bom en ik weet dat ik even tijd nodig heb om dat te verwerken. Vooral omdat mij zeven weken lang is verteld dat ik niet naar die afdeling (in hetzelfde gebouw) kon omdat mijn psychose en het feit dat ik onder behandeling ben bij het FACT een contra-indicatie was. De psycholoog zegt dat dat inderdaad zo is, maar omdat mijn doelen zo mooi aansluiten op het behandelaanbod daar, dat er voor mij waarschijnlijk een uitzondering gemaakt wordt.

Terug op de afdeling weet ik van gekkigheid niet wat ik moet doen. Ik vertel mijn medecliënten dat ik waarschijnlijk naar de open afdeling ga. Ze vinden het jammer dat ik wegga maar wel een goede ontwikkeling voor mij. Ik besef dan ineens dat als ik over ga naar die andere afdeling, ik niet eens weet hoe en wanneer dat moet gaan gebeuren en dat maakt me onrustig. Begin van de middag heb ik nog even een gesprek met de psycholoog en zij vertelt me waarom het goed zou zijn dat ik naar het Centrum voor Veerkracht en Stabiliteit ga. Ik kan niet anders dan het eens zijn met haar. Het is voor mij ook beter maar veranderingen zijn altijd moeilijk voor mij.

Om half drie heb ik het intakegesprek. Dat verloopt goed. Ik kan heel goed duidelijk maken wat ik wil en ik kan duidelijke doelen formuleren. Die doelen passen precies in het therapieprogramma van de afdeling. De psychiater van het centrum beslist uiteindelijk of ik mag gaan deelnemen en aangezien hij er donderdag pas weer is, moet ik nog even geduld hebben. Er wordt een afspraak ingepland voor donderdagochtend om tien uur en als de psychiater zijn goedkeuring geeft, mag ik dezelfde dag nog over.

Ik slaap slecht van dinsdag op woensdagnacht en van woensdag op donderdagnacht. Donderdagochtend tien uur ben ik op de open afdeling. Het gesprek met de psychiater verloopt goed. Er zijn twee verschillende therapieprogramma’s: Eigen Kracht (ondersteunend) en Zinvol Vooruit (therapeutisch). Als de psychiater vindt dat ik met Eigen Kracht moet gaan beginnen, vind ik dat dan wel weer jammer omdat ik het liefst meteen met Zinvol Vooruit was begonnen. Maar ik kan me in zijn argument, dat ik beter iets lager kan instromen en dan ga opbouwen dan dat ik hoog begin en later weer terugval, wel vinden, dus ik ga ermee akkoord.

Dan begint de grote verhuizing. Het is onvoorstelbaar hoeveel spullen je kunt verzamelen in ruim zeven weken tijd. Zelfs met een grote kar moet ik twee keer op en neer. Ik heb afscheid genomen van iedereen van de gesloten afdeling. Mijn ambulant behandelaar van het FACT loopt met mij mee naar de open afdeling. Het is rustig want aangezien iedereen therapie heeft, is er bijna niemand op de afdeling. Op mijn nieuwe kamer maken we samen mijn bed op. Om kwart voor drie is er nog een therapieblok en ik besluit om daar aan mee te doen omdat ik toch niets anders te doen heb.

Vrijdag komt pas de grote klap. Ik ken deze afdeling nog van mijn vorige opnames toen het nog een crisisopname afdeling was in plaats van een behandelafdeling, maar niets is meer hetzelfde. Het lijkt wel alsof ik een cultuurschok heb. Toch volg ik de hele dag het therapieprogramma en dat gaat best goed.

In het weekend bereid ik me voor op een volle week therapie. Het is even wennen maar het gaat goed komen, dat weet ik zeker!

0