Van onmacht naar kracht en balans Mijn naam is Marjo Brouns. Ik ben al een aantal jaar mantelzorger,…

Staatssecretaris Martin van Rijn heeft veel oog voor mantelzorgers. In het voorjaar van 2014 benoemde hij zijn drie speerpunten m.b.t. mantelzorg: versterken, verlichten en verbinden. Dat stemde mij gelijk positief, zeker bij al die veranderingen en transities in de zorg.

Later zag ik dat diverse instanties het woord ‘vinden’ aan de speerpunten van de Staatssecretaris hadden toegevoegd. Het staat zelfs vooraan: Vinden, versterken, verlichten en verbinden. Mantelzorgers moeten gevonden worden…? Waarom zou ik gevonden moeten worden…? En waarvoor..? Ik begrijp het niet helemaal, ik lees het, neem het in me op en laat het op dat moment voor wat het is.

Totdat ik enkele maanden geleden een lezing hield over het combineren van werk en mantelzorg. De opkomst was beperkt die avond. De consulente van het Steunpunt Mantelzorg lichtte toe: ‘We bereiken ook niet alle mantelzorgers en kennen ook niet elke mantelzorger in de gemeente. Het is belangrijk dat die gevonden worden.’ Aha, daar is het ‘vinden’ weer. Ik vraag haar naar het waarom van dit vinden. ‘Omdat dat belangrijk is’ zegt ze. Ik vraag nog een keer: ‘Waarom is dat dan belangrijk?’ ‘Omdat we ze dan kunnen inschrijven… ‘Ik leerde ooit de tip: 3 x waarom vragen kan helpen om bij de daadwerkelijke argumenten of redenen te komen en dus vraag ik nogmaals of ze mij kan uitleggen waarom dat inschrijven belangrijk is. ‘Gewoon, dan kunnen we ze allerlei informatie sturen..’ Ik doe een laatste poging en formuleer het anders: ‘Wat zou mijn drijfveer kunnen zijn om me bij het Steunpunt Mantelzorg in te schrijven?’ Ze herhaalt dat het gewoon belangrijk is dat mantelzorgers zijn ingeschreven. Dat was vier keer, ik geef het op.

Maar ik lees het steeds meer. Zoals gisteren op twitter: “Steunpunt op zoek naar mantelzorgers” In de bijgevoegde link is te lezen dat het betreffende mantelzorgsteunpunt een kaartenactie start om mantelzorgers te bereiken. Want, staat er: “Veel mantelzorgers komen niet bij het steunpunt terecht, omdat ze hun zorg voor naasten vaak niet als mantelzorg beschouwen.’ Ja, dat begrijp ik wel. Dat mensen zich geen mantelzorger noemen. Je wil vooral moeder, dochter of partner zijn en de zorg voor je naaste een plek geven in je leven, maar niet je leven erdoor laten beheersen. Je leven boven de zorg en de ziekte uittillen, zei een tijdje geleden iemand tegen me.

In de nieuwe wetgeving is verankerd dat lokale overheden de taak hebben om mantelzorgers te ondersteunen. Een wettelijke taak uitvoeren betekent ook verantwoording afleggen aan een hoger orgaan. Vanuit dat perspectief snap ik dat ‘willen vinden’. Gemeenten willen een beeld kunnen geven over aan wie en hoeveel ondersteuning ze aan mantelzorgers bieden.

Maar dat ‘willen vinden’ zit me toch dwars merk ik. Het voelt betuttelend. Ik zie me gelijk in een of ander database of kaartenbak zitten, samen met anderen een stapeltje mantelzorgers zijn. Die vervolgens geholpen moeten worden, door die kaartenbak-instantie. Omdat de wetgever dit bepaalde. Maar misschien wil ik dat helemaal niet. Of wil ik zelf het initiatief nemen of ik geholpen wil worden. Wanneer en waarmee ook zelf kunnen bepalen en vooral ook door wie. Door iemand die vertrouwd is of zoals mijn man zegt: ‘Waar je een klik mee hebt.’

Meest kwalijke vind ik eigenlijk dat van mantelzorgers daarmee een nieuwe groep hulpbehoevenden gemaakt wordt. En dat is volgens mij absoluut niet nodig, een verkeerd signaal ook. Mantelzorgers zijn krachtige mensen, die vooral ruimte nodig hebben. Ruimte om ook goed voor zichzelf te zorgen. Ruimte om zelf te kunnen formuleren waarmee, wanneer en hoe ze geholpen willen worden. Zij moeten vooral niet verstikt worden met een aangeprate hulpbehoevendheid. Bovendien wordt door veel instanties op voorhand uitgegaan van het zwaar-zijn van mantelzorg en dat is dan vervolgens bepalend voor het hulpaanbod. Mensen die voor een naaste zorgen worden zo in hun ruimte voor eigen initiatief beperkt en het maakt mensen reactief in plaats van creatief.

Ik praatte er o.a. over met Nico de Boer (@Nico_de_boer) en luisterde naar de inspirerende woorden van Jan Rotmans (@JanRotmans) en ook andere kantelaars. Ik hoor steeds opnieuw: de burger is aan zet, de burger wil ook aan zet zijn. Burgers die de regie willen hebben en ook goede ideeën hebben hoe ze hun leven willen inrichten.  Dat vraagt voor een overheid die past bij creatieve burgers en hen niet afhankelijk houdt of maakt.

Want door op zoek te gaan naar mantelzorgers creëren instanties juist een (hulp)vraag en wordt – volgens mij – de afhankelijkheid door burgers van de overheid in stand gehouden, zelfs vergroot. Terwijl de veranderingen in de verzorgingsstaat juist beogen om het initiatief en de eigen kracht van burgers te stimuleren. Burgers willen dat ook. Instanties geven – volgens mij –juist een verkeerd signaal af wanneer ze mantelzorgers willen vinden. Ik denk daarom dat het beter is om het geheel om te draaien. Niet trachten mantelzorgers te vinden, maar ik zou tegen deze instanties willen zeggen: zorg dat je gevonden wordt.

0